Run Foreigner, Run!
“Een pittige hike, zelfs voor degenen die goed in vorm zijn, van 2-3 dagen”, aldus Lonely Planet. Eerste reactie, flashbacks van de klim op Hua Shan en de spierpijn na de Chinese Muur. Tweede reactie, visioen van hoe Gjalt die probeert mij dat pad omhoog te duwen met als resultaat een super “gezellige” sfeer. Wanneer Gjalt met dit geweldige voorstel komt weet ik dan ook vrijwel meteen dat dit niet aan mij besteed is, wat ik dan wel ga doen in die dagen, dat is de vraag.
We zijn in Lijang, het Chinese massa toerisme walhalla waar Gjalt jullie achterliet. Zoals Gjalt al vertelde kwamen we terecht in een super gezellig klein hostel waar we allemaal meteen “new friends” waren. Natuurlijk, waarom niet?! Wanneer ik vraag of je hier ergens kunt paardrijden in de omgeving besluit “my new best friend”, de Chinese Elva die redelijk Engels spreekt, met me mee te gaan. De volgende dag blijkt dat Libin, de “manager” van het hostel, ook mee gaat, blijkbaar kan het hostel wel een dagje zonder dat er iemand aanwezig is van de staff. We gaan naar Lashi Lake, een meer net buiten Lijang, alwaar we alle drie een paard toegewezen krijgen. We krijgen een paar witte handschoenen (-10°C of 38°C, als Chinezen een “activiteit” gaan doen, gaan de handschoentjes aan!) en klimmen op onze knol. Samen met de Laoban (baas) gaan we de bergen in achter Lashi Lake. Wanneer ik steeds meer groepjes Chinese toeristen in korte broek, slippers en met telelens ons tegemoet zie komen ben ik even bang dat dit weer zo’n typische Chinese toeristen ervaring wordt met alleen maar stappen en dat we na een half uurtje alweer terug zijn. Gelukkig valt dit reuze mee wanneer we allerlei kleine, modderige, steile paadjes omhoog nemen door het bos en we zowaar “echt” in de natuur zitten. Libin leidt onze vier koppige kudde met zijn paard en de Laoban legt uit dat dit paard “een vacht zoals een buitenlander heeft” (whatever that may be..) en dat hij daarom “Laowai” heet, oftewel: buitenlander. Blijkbaar heeft de baas Buitenlander goed getraind want elke keer als we op een vlak stukje komen schreeuwt de baas naar voren: “Zhó Laowai, Zhó” wat zoveel betekent als “Run Foreigner, Run”. Alvorens ik een flashback krijg van Forest Gump sprint Laowai naar voren, ik hoef niet eens wat te doen, ook mijn paard is geconditioneerd zo blijkt waardoor we in de 2e versnelling door het bos hobbelen. Af en toe gunnen we Laowai en zijn paarden makkers wat rust en genieten van het uitzicht op Lashi Lake wanneer we bovenaan de berg zijn. Uiteindelijk zijn we na zo’n 2-3uur weer terug bij Lashi Lake, hebben we alle drie spierpijn en begeven we ons naar de Chinese vreetschuur voor wat rijst, fried egg en soep met kippenvoeten erin: heerlijk! Na een tochtje op het meer in een klein Chinees bootje taaien we af naar het hostel waar er alweer gekookt wordt en we heerlijk kunnen aanschuiven bij een hotpot, een soort fondue waar de Chinezen alles in flikkeren wat ze kunnen vinden. Wanneer ik nog even door de Old Town struin vraag ik me af waarom sommige mensen die we onderweg zijn tegengekomen ons vertelden dat Lijang het “backpackers walhalla” is. Het is een walhalla ja, maar overduidelijk voor Chinese toeristen, die OVERAL zijn. De straten herinneren me aan een drukke zaterdagavond in Amphion waarbij je je voetje voor voetje moet verplaatsen. Hier steken er her en der nog wat vlaggetjes bovenuit van de tour groepen, wordt er links van je gerocheld, rechts van je zit een kind op straat te piesen in z’n – o zo handige- ‘open crotch pants’ en van achter wordt je bijna omver geduwd. Tja dat zijn Chinezen..
De volgende dag probeer ik me zoveel mogelijk af te zonderen van deze über vorm van massa toerisme, hang wat rond in het hostel met Elva en Libin en ga daarna met met hen naar de markt. Hoewel we al veel markten in China gezien hebben is vooral de vlees sectie toch elke keer weer apart om te zien. Stukken vlees liggen open en bloot op een houten plank, geen koeling of niks, terwijl het zo’n 37°C is. Of het hangt aan een vleeshaak met een natte lap erover heen.. Dit is één van de redenen waarom ik bij aankomst in China al snel besloot zo min mogelijk vlees te eten. Het is bizar hoe dit gebrek aan hygiëne totaal geen probleem is voor Chinezen en tegelijkertijd is het niet meer dan logisch dat Gjalt en ik nog steeds kampen met buikklachten. Wanneer ik ergens achteraan, in een zijstraatje, een paar hokken vol met honden zie staan die half in coma hun lot afwachten, vind ik het genoeg geweest voor deze markt. In het hostel ontmoeten we Gjalt die net terug is van zijn hike en spenderen we de avond met lekker eten, biertjes, gezellige mensen, wat wil je nog meer.
Ons laatste dagje in Lijang huren we mountainbikes en begeven we ons een paar kilometer buiten Lijang waar naar het dorpje Baisha gaan, hier wonen voornamelijk Bai mensen (een van de minderheden in China). De weg ernaar toe biedt mooi zicht op alle bergen die Lijang omringen en Baisha is redelijk rustig, we lopen wat rond in kleine straatjes en komen uiteindelijk bij Dr. Ho. Hij is het standaard type ‘oude Chinese, wijze medicijngeleerde’, uiteraard inclusief lange baard. Blijkbaar is hij erg bekend, overal hangen westerse krantenartikelen waar hij in vernoemd is en blijkbaar zijn Jan Peter en Maxima hier zelfs ooit geweest. Na een ‘hand check’ krijg ik toch nog maar wat Chinese medicijnen mee die ik vooral met veel warm water moet drinken. Uiteraard, want warm water drinken is de alom bekende oplossing voor elke kwaal, volgens de Chinezen.
De volgende dag nemen we afscheid van onze Chinese vrienden en vertrekken we naar Dali. Ook hier blijkt er een “new ancient” Old Town te zijn die toch wel veel lijkt op die in Shangri La en Lijang. Het is er gelukkig niet zo mega druk als in Lijang wat het best een leuke plek maakt om wat rond te lopen en met een Dali biertje op een terras te zitten. Ze zijn hier duidelijk gewend aan buitenlanders, Westers eten is geen probleem en we vinden zelfs een bakkerij, gerund door een Duitse, met écht volkorenbrood! Met de 2 dagelijkse noedel hap uit het weeshuis nog vers in ons geheugen doet ons dit erg goed : ) . Dali ligt bij Erhai Lake waar we tevergeefs zoeken naar een plekje bij het meer om te zitten, liggen, relaxen of op wat voor manier dan ook bij het meer wat tijd door te brengen. Maar niets hier van. De Chinezen doen niet aan relaxen, als zij willen “genieten” van natuur dan gaan ze er 1. met een tourbus doorheen of als het water betreft 2. met een grote tourboot een half uur varen. Niet helemaal onze stijl en omdat er verder niet veel te doen lijkt in Dali besluiten we al snel verder te gaan. We besluiten nog meer zuidelijk te gaan, naar de streek ‘Xishuangbanna’ op de grens met Myanmar en Laos. De sleeper bus die ons naar Jinghong, de hoofdstad van deze streek, brengt is duidelijk gemaakt voor Chinezen wanneer we constateren dat we toch echt te lang zijn voor de bedjes. Ondanks de sigarettenpeuken en zonnebloempitten die we her en der in de randen om ons bed vinden kunnen we toch nog de slaap vatten en komen we na 16uur aan in Jinghong. Deze stad is nauwelijks toeristisch waardoor we bij gebrek aan een hostel in een Chinees hotel inclusief karoake bar op de verdieping onder ons waardoor we ’s nachts fijn mee kunnen genieten van het gebler en geschreew van dronken Chinezen. Echter, de omgeving maakt alles goed.
Xishuangbanna is niet te vergelijken met Houma en alle andere gebieden waar we geweest zijn, het is er tropisch warm, overal zijn palmbomen en godzijdank ontbreken de Chinese tourbussen. In deze streek wonen voornamelijk Dai mensen, een minderheid die nauw verbonden is met de Thai uit (vanzelfsprekend) Thailand. Er zijn dan ook volop Thaise restaurantjes te vinden. Omdat Gjalt toe is aan een goede Thaise curry kiezen we dan ook voor Thai food in plaats van Dai, een keuze die nog verstrekkende gevolgen zou hebben.. Amper een paar uur daarna begint Gjalt wit weg te trekken, buikkrampen etc. oftewel “the usual”. Hij belandt ziek in bed en ook de volgende dag worstelt hij met de vermoedelijke parasiet of bacterie. Ik voel me nog redelijk prima en huur een mountainbike om Jinghong te verkennen. Ik fiets eerst naar de “Birmese markt” waar ze schijnbaar allerlei kleding vanuit Azië verkopen. Eenmaal daar heeft de hitte het al half van me gewonnen, het is zo’n 39°C en het tropische klimaat zorgt ervoor dat het nog warmer aanvoelt. De Birmese markt blijkt voornamelijk Jade sieraden te verkopen en de Birmese verkopers vinden een blanke vrouw alleen blijkbaar nog specialer dan de Chinezen dat al vinden. Ik word alleen maar nageschreeuwd en aangezien de Chinezen in heel China gek zijn van Jade ben ik niet geïnteresseerd. Ik fiets dan maar de hele stad door, langs parken en meertjes, de een beter gelukt dan de ander en kom na zo’n 4uur uitgeput en oververhit in het hotel terug. Gjalt besluit zichzelf toch met z’n laatste krachten op een mountainbike te wurmen en samen gaan we naar het dorpje Ghasa en de hotsprings hier. Tenminste, we gaan op zoek. Want het kaartje is “nogal globaal” waardoor we toch wel heel erg ver in de velden met bananenbomen komen waar we af en toe een oud mannetje tegen komen met z’n waterbuffel. We doen nog een poging om locals te vragen of de hotsprings hier ergens zijn maar ons Chinees is duidelijk niet toereikend. Na nog een tijdje zoeken komen we uiteindelijk toch in Ghasa waar de plaatselijke Dai een beetje op straat hangen voor hun houten huizen op palen. Bij de hotspring zitten locals aan de rand hun was te doen in het groene water en – omdat ze er toch zijn- wassen ze zichzelf dan ook maar. Waarschijnlijk gebeurt dit met net zo’n regelmaat als in Houma, één keer per maand. De hotspring ernaast is voor de “zwemmers” en voor het eerst sinds ons verblijf in China kunnen we onze zwembroek en bikini dan ook gebruiken en duiken het groene, naar rotte ei stinkende, water in. Het is bizar heet maar een aangename ontspanning na een hele dag fietsen.
Xishuangbanna is bekend om zijn populatie wilde olifanten die hier nog leven. We besluiten dan ook naar Elephant Valley te gaan, een National Park van regenwoud waar je deze beesten zou kunnen zien. Bij gebrek aan een echte motorbike belanden we uiteindelijk op een schrale, half kapotte scooter die we via via gevonden hebben. We nemen de oude weg naar Mengyang door de bergen en hier blijkt al snel hét probleem van de scooter, hij valt namelijk om de 50m uit zichzelf uit.. Benzine? Nee hebben we nog..even wachten..de scooter wat heen en weer schudden en vooral dit laatst schijnt blijkbaar te helpen want hij doet het weer. Dit herhaalt zich de hele weg en we zijn blij wanneer we Mengyang halen aangezien er de 2uur door de bergen niets of niemand te zien is behalve wat houten hutjes her en der. Het uitzicht op het regenwoud is enorm mooi, helaas is het echter begonnen met regenen waardoor we in onze regenponcho’s steeds meer zitten te verkleumen. In Mengyang drinken we ergens een iced green tea en de jongen van de shop is zo aardig om zijn vriend te bellen die “een beetje Engels” spreekt. Samen met nog een klein broertje springen zij met z’n 3-en op een motorbike en rijden de hele weg naar Sanchahe Nature Reserve met ons mee. In het park aangekomen blijkt meteen waar alle Chinese toeristen zich hadden verstopt, in hun tourbus en dit is hun stop. We zijn getuigen van een vreselijke “wild elephant” show die de Chinezen geweldig vinden maar waar Marianne Thieme Kamervragen over zou stellen. De arme beesten doen de meest rare trucjes en daarna mag je voor geld ze eten geven of met ze op de foto. We voelen ons al schuldig genoeg dat we hier naar gekeken hebben en druipen af, de rest van het park in. Ondanks het omringende regenwoud wat zeker mooi en bijzonder is, is de rest schrijnend. Zo zit er een jongen met een Aziatische Zwarte Beer met muilkorf waarmee je op de foto kunt en een python in een onafgesloten kist met plakband om z’n bek. Toch besluiten naar het andere deel van het park te gaan waar we over een pad het regenwoud inlopen waar je aan het einde wilde olifanten zou kunnen zien bij een drinkplaats. Helaas waren de olifanten nergens te bekennen maar werden we wel getrakteerd op wilde Black Gibbons die nieuwsgierig om ons heen bleven hangen! Dit maakte het schrale olifanten gebeuren een beetje goed!
Ondanks dat we blij waren dat we met de scooter weer heelhuids waren aangekomen in Jinghong besloten we toch de volgende dag nog een keer voor een trip te gaan. Dit keer gingen we naar een meer in de buurt van Menghai. De weg hiernaar toe was veel beter waardoor de scooter ook iets minder vaak afsloeg. In de buurt van het meer klaarde het weer zelfs op en konden de regenponcho’s eindelijk uit. We reden langs velden suikerriet, papajabomen en overal waterbuffels die in een modderpoeltje lagen te genieten. Bij een boeddhistische tempel zijn we nog even getuige van een of andere optocht en uiteindelijk belanden we na veel zoeken en rondvragen bij het meer. Helaas is ons scootertje niet opgewassen tegen de dikke lagen modder op het pad rondom het meer en keren we al slippend en glibberend om, om dan toch maar dezelfde weg terug te nemen.
Xishuangbanna heeft ons veel moois laten zien en even een tropisch tintje aan onze reis gegeven. Vanuit Jinghong nemen we de nachtbus naar Kunming wat zo’n 10uur ten noord oosten ligt van Jinghong.
Omdat het toch weer zo’n lang verhaal is geworden zullen we de volgende keer daar over vertellen. Voor degenen die helemaal tot hier hebben gelezen: knap werk! : )
Reacties
Reacties
Knap werk is ook je verhaal, Susan! Het is heerlijk om te lezen!
Mooie foto's met mooie uitgebreide verslagen.
Ook wel benieuwd hoe het met de ontwikkelingen van het weeshuis gaat.
Hebben jullie je plannen een beetje kunnen realiseren?
Groetjes uit een onveranderd Pijnacker
Jeeeeee, ik heb het uitgelezen ;)!!
Was niet zp lastig, echt een super verhaal. Ik zei het al eerder, zie alles voor me, dus jullie schrijven heel beeldend, echt leuk. Nu ik met mijn ogen knipper, realiseer ik me weer dat ik gewoon in Nederland ben. Toch jammer :P
Het is wel bizar dat jullie nu echt over anderhalve week terug zijn. Maar ik kijk ernaar uit!!
Dikke kus Loes
Ik weet het niet, maar die buikkramp van Gjalt stond veel te dicht bij de karaoke!
jeetje susan, wauw ik sta steeds meer van je te kijken, eerst dacht ik hoe gaat ze dat in vredes naam overleven, het weeshuis was echt al een ontbering maar al dat reizen en dat je er ook gewoon alleen op uit gaat. Echt helemaal super, ik doe het je niet na, doe mij maar 5 sterren een zwembad en roomservice hahahaha
Ook dit verhaal weer ademloos uitgelezen ! Ik ga het bijna jammer vinden dat jullie al zo snel naar huis komen ik heb heel erg genoten van jullie belevenissen en uitstekende reisverslagen! Tot heel gauw
Weer een mooi verhaal, jammer dat jullie zo vaak ziek worden... veel cola drinken dan maar. reis lekker door! Kus
gelezen :-)
wanneer komt gordon, met gillend gek naar huis...
Nee hoor, top zo om alles te lezen!
Erg leuk, mooi, apart en bijzonder!
Haha mooi dat jullie zwembroek en bikini niet voor niks in de backpack heeft gezeten! :)
Xishuangbanna klinkt erg mooi zeg, ik denk dat het misschien wel een beetje hetzelfde is als de natuur in Noord- Laos! Balen dat dat Gjalt juist ziek is geworden van het Thaise eten!
Ah wat erg dat al die beesten zo slecht behandeld worden daar! vooral die olifanten lijken me zielig... jammer dat jullie ze niet in het wild hebben gespot zeg! maar gibbons zijn ook leuk! :) :)
echt tof hoor al die tripjes op jullie scooters/motorbikes... klinkt echt super avontuurlijk allemaal!!!
Nou geniet nog van jullie laatste mooie daagjes daar!!!
xxx Annelous
Weer ee
Want m
Flink verhaal jongedame! Het is dat er in Den Helder niet zoveel te doen is ;-) Tot snel! X
echt gaaf dat jullie nog zoveel zien en meemaken!! geniet er nog even van en tot snel!
Heb het verhaal zeker ook helemaal uitgelezen! Kreeg bij paardrijdverhaal beetje 'automatic horse' gevoel haha. Verder echt super van je dat je helemaal alleen op pad bent gegaan. Ik doe het je sowieso niet na! Gelukkig nog maar een weekje en dan ben je weer in het Nederlandse, can't wait!
dikke x
lang ja, maar steeds erg boeiende verhalen met een goed oog en een warm hart
Carriere-switch: Collumniste bij de Yes/Flair/Glamour/Whatever!
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}