Central America!

Ni Hao!

Op dit moment zijn we alweer 2,5 maand terug uit China en hoewel er nog steeds in de planning stond dat er een afsluitend verhaal op deze site zou komen.. is de kans dat dit daadwerkelijk nog gaat gebeuren vrijwel nihiel. Over twee dagen beginnen we alweer aan onze volgende reis en dit keer gaan we rondreizen door Midden Amerika!
We willen iedereen nog even bedanken voor alle leuke reacties op onze ( soms een 'beetje' lange) blogs op deze site. Vooral de periode dat we in het weeshuis woonden deden de reacties ons vaak goed. Tja als er geen Goede Tijden op de buis is (of uberhaupt een buis) dan moet je het toch ergens anders van hebben! :)

Voor onze reis door Midden Amerika gaan we weer een poging doen een reislog bij te houden en dat zal gebeuren op: www.leathertramps.reismee.nl
Liefhebbers kunnen zich uiteraard weer aanmelden voor de mailinglist.

Hopelijk zien we jullie reacties weer tegemoet op onze andere site =)

Adios!

Susanne en Gjalt.

U heeft een Ipad gewonnen! Klik op onderstaande link.

Sorry, we weten het, de verhalen zijn wat lang van stof. Dus we moeten wat doen om jullie aandacht vast te houden en de nieuwsgierigheid te prikkelen! Dus sorry, helaas geen Ipad (tenzij je heel snel bent dan kunnen we er nog eentje voor je meenemen uit China) maar wel een nieuw verhaal! : )

Met slaperige ogen stappen we de sleeper bus uit, we zijn in Kunming! Dit keer hebben ’s nachts maar een paar uur geslapen, voornamelijk omdat de bedden nog kleiner waren en één van de chauffeurs als een gek reed en voornamelijk over de weg slingerde waardoor we steeds bijna uit ons bedje rolden. Maar we zijn er! Na nog eens 2uur reizen door de stad en een veel te lang stuk lopen met onze, veel te zware, backpacks, komen we eindelijk aan bij The Hump Hostel waar we hopen dat er nog plek is. Na 2uur wachten in de lounge hebben we geluk, er zijn nog 2 plekjes in de 10bed dorm! Niet meteen onze 1ekeus maar we zijn moe van het sjouwen dus vinden alles prima. Kunming is Just Another Chinese Big City met zo’n 3,7 miljoen inwoners, niets speciaals in Chinese termen. We doen in Kunming dan ook niet heel veel bijzonders en struinen wat rond in de vele grote shopping malls die in het centrum prijken. We maken de fout om –opa- Sylvester Stallone te aanschouwen in zijn film “The expendables”, waar alle “action heroes” uit de ‘80’s en ‘90’s in een over-de-top-actie-film wat aanklooien. Deze ellende heffen we op aan een bezoek aan Green Lake Park, een redelijk groot park met meertjes en waar alle Chinese ouderen zich overdag verzamelen. In de schaduw zitten ze een potje Mahjong te spelen of iemand neemt een ghetto blaster mee en er wordt massaal gedanst! Daar houden ze van in China; met z’n allen dansen in het park of op een plein. Je ziet dit overal door China terug en is best een leuk schouwspel. Iedereen kent de pasjes op de een of andere manier en het is dé manier om onder de mensen te zijn en te socializen.

Verder komen we in Kunming nog een jongen op straat tegen die bedelt om geld met wel een hele vreemde handicap, hij heeft namelijk één gigantisch groot been. Bizar om te zien en ook erg sneu natuurlijk. Apart is wel dat deze jongen super veel geld binnen haalt, binnen 15 min. zo’n € 5, reken uit wat dat op een dag is en je hebt als Chinees een mega inkomen. Down side is wel dat er hoogstwaarschijnlijk een familielid is dat “voor hem zorgt” er waar hij al zijn geld aan afstaat.. Voor vrolijkere praktijken hopen we op de Bird en Plant market. Op een paar planten en wat vogels na wordt hier vooral veel meuk verkocht en een hoop andere dieren. Zo zitten hier zo’n 5 konijntjes opgepropt in een mega klein kooitje en krioelen de cavia’s over elkaar heen in hun hokje. Tja dierenwelzijn in China? De beestjes mogen al blij zijn als ze worden gekocht als huisdier en niet voor het avondeten..

In Kunming ontmoeten we nog Debby, zij heeft in de groep voor ons in het weeshuis gewerkt. We wisselen ervaringen uit, spuien over de zusters en drinken iets te veel bier waardoor we de volgende ochtend met een lichte kater in de trein naar Guilin stappen. Deze rit duurt zo’n 22uur maar gelukkig hebben we hard sleepers zodat we de reis voornamelijk slapend kunnen doorbrengen.

In eerste instantie zou Guilin, de hoofdstad van de provincie Guangxi, alleen dienen om naar Yangshuo te komen maar bij het zien van de foto’s van de rijst terrassen in de omgeving zijn we om, we blijven een dag langer! De volgende dag vertrekken we vroeg om een bus naar Longsheng te nemen waar we overstappen op een mini bus naar Dazai om hier aan te komen bij het begin van de Longji RiceTerraces. Hier is de natuur al mooi en de rijstterrassen aardig maar het wordt veel en veel beter wanneer beginnen aan de hike van zo’n 5uur naar Ping’an. Ondertussen hebben we in de minibus naar Dazai de Engelse Vicky en de Amerikaanse Julian ontmoet en we besluiten samen op zoek te gaan naar Ping’an. Op zoek ja want bordjes, daar houden de Chinezen niet zo van. Waardoor we vaak voor een splitsing kwamen te staan zonder bordje óf een bordje in het Chinees wat ook niet hielp. Met een minuscuul globaal kaartje en een kompas lopen we als ware padvinders nog de goede kant op ook. Hoe feller de zon gaat schijnen en hoe meer we klimmen, des te meer weet ik dat ik er goed aan gedaan heb om Tiger Leaping Gorge alleen aan Gjalt over te laten. Ik ben er eerlijk over: ik had het best zwaar! Maar het was het meer dan waard. Ten eerste kwamen we nauwelijks andere mensen tegen op onze tocht en ten tweede was het uitzicht van boven op alle rijst terrassen echt geweldig. Overal waar je keek lagen groene rijst terrassen met slechts wat dorpen her en der er tussen in. Toen het smalle pad door de rijst terrassen eindelijk bij Ping’an uitkwam waren we alle vier toch best blij om onze benen even rust te kunnen geven. Op weg naar de bus zien we nog een vrouw met een hakbijl een einde maken aan het leven van een van haar kippen waarna het beest is een goot wordt geflikkerd waar ie wat rond spartelt alvorens ie doodbloedt. Helaas was de laatste bus terug naar Longsheng al vertrokken waardoor we toegewezen waren op een local die ons voor een redelijk bedrag wel naar Guilin wilde brengen. Uiteindelijk werden we halverwege ergens uit de auto gedropt waar de bus vanuit Longsheng op ons stond te wachten op weg naar Guilin.. Onze local had de buschauffeur dus op de hoogte gesteld waardoor hij nu zelf alweer terug kon, wij hem teveel betaald hebben om vervolgens alsnog in de public bus terecht te komen. Maar we zijn moe, hebben toch al een top dag gehad en vinden het allemaal wel prima. Als ze in de bus ook nog eens de horrorfilm “Resident Evil # 3” opzetten kan onze dag natuurlijk helemaal niet meer stuk.

De volgende dag verplaatsen we ons met al onze bagage naar Yanghuo, de plek waarvoor we naar dit gebied zijn gekomen! Dit keer geen bus of trein maar per bamboe vlot wat uiteindelijk toch stiekem een motortje blijkt te hebben hoewel dit niets afdoet aan de trip. De omgeving is geweldig! We varen zo’n 2uur over de Li rivier door het karst gebergte waar we onze ogen uitkijken naar deze bergtoppen die steeds weer oprijzen aan de kant van de rivier. Dit stuk van de Li rivier tussen Yangdi en Xingping is ook bij de Chinezen enorm bekend, niet alleen omdat het op het 20 Renminbi bankbiljet is afgebeeld. De Chinese tourboten zijn het 1estuk van de rivier dan wel vertegenwoordigd waar de tourgroepen met grote getale op het dek staan te zwaaien naar ons, foto’s van ons in het bamboe bootje nemen en daarna lekker naar binnen gaan voor een rijst hap want achteraan de grote schuit is een grote openlucht kantine ingericht voor de innerlijke Chinese mens. Zo’n 70 foto’s verder komen we in Xingping aan waar we met de bus verder gaan naar Yangshuo.

Hier checken we in “Monkey Jane’s Guesthouse” in,inclusief“marvellous” rooftop bar!En wonderbaarlijk is het ook wel een beetje, met een ‘Li Q’ biertje in je hand, al onderuit gezakt in een lounge bank, heb je een prachtig uitzicht op het omringende karst gebergte. Yangshuo wordt gezien als een van de meest toeristische bestemmingen in China wat wij nog vinden meevallen aanvankelijk wanneer we het met Lijang vergelijken. In de Old Town grenzen allerlei gezellige kleine straatjes op elkaar en je kunt er leuk wat rondlopen als je alle verkopers negeert die hier helaas, in tegenstelling tot het grootste gedeelte in China, wél Engels spreken. ’s Avonds komt Yangshuo echter tot leven, staan de straatjes soms bomvol en staan de Chinese “proppers” voor hun KTV de -toch al dronken Chinese- slachtoffers naar binnen te lokken.

Voor ons doen nemen we de tijd voor Yangshuo en we blijven hier 5 nachten. We nemen deze dagen een duik in de Li rivier die heerlijk verkoelend is bij het snikhete weer wanneer de zon volop schijnt. Aan de overkant liggen wat waterbuffels in het water wat te relaxen en overal om ons heen is het bijzondere karst gebergte te zien. ’s Avonds ontmoeten we Vicky en Julian van onze trip naar de rice terraces, op de rooftop bar van ons hostel hebben we een gezellige avond en gaan er aardig wat local Beers doorheen waardoor wij de volgende dag iets minder fris en fruitig op onze gehuurde fietsen stappen voor een tripje door het karst gebergte. We zijn ook zo slim geweest om fietsen zonder versnelling te nemen waardoor het halverwege de trip soms toch aanpoten is zo bergopwaarts. We fietsen naar Dragon Bridge, een redelijke brug over de Li rivier heen waar je vanaf zou kunnen springen het water in. Was het niet dat het water er voor ons toch net iets te bruin en smoezelig uit zag. We fietsen aan de andere kant van de Li rivier over kleine paadjes die steeds smaller en smaller worden tot het punt dat je écht in een rechte lijn moest gaan omdat je anders zo de rijstvelden of sloot in zou gaan. Deze route is erg rustig, behalve wat locals die hun waterbuffels “uitlaten” komen we niet veel mensen tegen. Halverwege eindigt het pad en “moeten” we de rivier oversteken, laat nou net de enige mogelijkheid zijn om dit per vlot te doen, tegen een redelijke betaling uiteraard! Na de plaatselijke veerman gespekt te hebben en na uren fietsen wel toe te zijn aan een break lijkt het alsof we een fata morgana zien. “De koffie staat klaar..” prijkt op een bord. Huh? Nieuwsgierig volgen we de bordjes en komen uit bij “The Giggling Tree”, een guesthouse gerund door een Nederlands stel, waar je behalve een bakkie pleur ook Hollandse appeltaart en een broodje gezond kunt eten.. Dat moeten we uitproberen natuurlijk! Nadat we ons volgepropt hebben in deze aangename oase midden in het karstgebergte begeven we ons op het laatste stukje van onze trip en spreken meteen af de volgende dag “toch maar wel” een mountainbike te huren..

We beginnen de volgende dag op de Farmer’s Market en hoewel in Lijang de honden nog in een zijstraatje verstopt waren, hier zijn ze voor iedereen te zien. Meerdere shops naast elkaar hebben hokken vol met de plaatselijke dorpshonden erin zitten. En aan de afgehakte hondenkoppen op de “toonbank” te zien zitten die daar niet alleen maar voor de show. Ergens ertussen in lijkt wel een hele kleine, rare hondenschedel te liggen (eenChihuahua?) maar dit blijkt al snel een kattenkop te zijn waarbij Gjalt meteen aan de al half overleden Tikkel in NL denkt. Foto’s maken mag alleen tegen betaling en dat gaat ons toch wat ver. Wanneer ik het bijna niet meer uithoudt in deze markthal door de stank van rottend vlees zie ik nog net een hond in een grote pan met kokend water gegooid worden (z’n nek was al doorgesneden dus ik gok/hoop dat ie al dood was) waarna een oud besje hem er weer uittrekt en als een gek begint het beest te villen. Tja het leven een van hond in China gaat niet over rozen, dat is wel duidelijk.

Nog een beetje beduusd stappen we op onze mountainbikes en fietsen we naar Moon Hill, een niet zo heel bijzondere berg met een gat erin die vooral de Chinezen erg gaaf vinden. Hier besluiten we naar de “Water Caves” te gaan, een leuke maar typisch Chinese ervaring. In zwembroek/bikini en mét helm stappen we samen met een groep Chinezen in een houten kano waarmee we de grot ingeloodst worden. Hier lopen we een eind door de grotten die soms wel erg krap en laag zijn zodat we af en toe wat stukjes kruipend moeten doen. Aan het einde is een groot (koud!) modderbad waar we ons helemaal onderdompelen en wat best een grappige ervaring is, vooral met hysterisch gillende Chinezen om je heen. In wat hotspring baden spoelen we ons weer af en kunnen we nog even relaxen wat best aangenaam is. Wie weet heeft de modder nog een verkwikkend effect voor onze poezelige huidjes : )

Op een van de avonden in het hostel laten we ons overhalen tot het plaatselijke spel “Beerpong”waarvan wij tot dan toe nooit gehoord hebben. Hadden we dat wel dan hadden we misschien nooit meegedaan. In teams van 2 sta je aan een soort behangerstafel tegenover elkaar met elk 6 plastic cups met bier voor je. Je probeert bij het andere team een pingpong bal in de cup te gooien, is het raak dan moeten zij het achterover slaan. Uiteraard wint het team dat als 1ealle cups van het andere team heeft weggespeeld. Nou bleek het toch iets lastiger dan gedacht om die pingpong bal in zo’n cup te gooien..en nou bleek ook dat als je niets raak zou gooien, je “naked” moest gaan. Dat dit geen geintje is bewees de lijst met ‘naked people summer 2010’ op de muur. Daar wilden wij niet heel graag bijgeschreven worden wat de motivatie verstekte maar helaas niet de concentratie door al reeds achterover geslagen glazen aangezien we duidelijk aan de verliezende kant waren. Hoewel het andere team uiteindelijk won, gooiden we allebei op miraculeuze wijze toch nog raak, we zagen de teleurstelling bij het andere team!

Hierna bestelde een van de gasten slang waarbij de kok met een zak aankwam, hier twee slangen uithaalde en Jane (The Beerpong champion) er een soort freaky show mee hield. Daarna knipte de kok de hoofden van de slangen af met een schaar, liet het bloed in shotglaasjes lopen en Ganbei (proost)! Van het slangenvlees werden twee dishes gemaakt waar we nog een hapje van hebben geprobeerd. Raar, maar het smaakt nog lekker ook.

Na Yangshuo wilden we naar Hangzhou, een groot stuk naar het noorden. Hiervoor moesten we eerst met de bus naar Guilin en daarna op de goede gok naar het treinstation om nog tickets voor dezelfde dag te kopen (wat volgens de LP vrijwel onmogelijk is). In de bus naar Guilin bedachten we al plan B en C omdat we weinig kans achten dat we diezelfde dag nog konden vertrekken. Wonder boven wonder bleken we zowaar geluk te hebben want er waren nog tickets, zelfs hard sleepers, en we hoefden slechts 5uur te wachten oftewel top!

Na zo’n 16uur kwamen we aan in Hangzhou wat door de Chinezen ook wel gezien wordt als “hemel op aarde”, zo noemen ze het in elk geval. Wij hebben die hemel niet gevonden en vonden Hangzhou niet erg bijzonder en vooral bizar duur voor Chinese begrippen en in vergelijking met wat je ervoor krijgt. In de stad ligt een groot meer wat leuk is om langs te lopen of ’s avonds met een biertje aan het water te zitten. Wanneer je een aardig eind de stad inloopt kom je bij een soort “oud” gedeelte met allerlei shops, eetkraampjes etc. wat wel aardig is maar wat wij niet echt spetterend vonden. Waarschijnlijk zijn we onderhand ook een beetje “Old Town” verwend. Om een keer iets anders te doen dan tempels en pagoda’s bekijken die ons nu eigenlijk toch niet meer zo heel veel doen, besloten we naar een thee plantage te gaan net buiten Hangzhou. Met de bus gingen we de heuvels in alwaar de buschauffeur ons er ergens uitschopte (“dit zal het dan wel zijn”), na wat lopen kwamen in de zijde fabriek wat dus niet de bedoeling was en we stonden ook niet te trappelen om een zijde beddensprei te kopen of iets dergelijks. Na wat provisorisch navragen in het Chinees kwamen we dan toch aan bij het China National Tea Museum! Nadat we alle processen bestudeerd hadden van “hoe thee gemaakt wordt”, alle verschillende soorten, alle soorten materialen waaruit je thee kunt drinken en wat dat betekent voor de thee (ja ja thee drinken is een ‘big thing’ in China), was het tijd om thee te proeven! Na een half jaar China wisten we al wel dat de thee hier veel beter en lekkerder is dan die van de Appie (of misschien is het gewoon “meer” thee). Maar de Green, Yasmin, Oolong – Ginseng tea die we hier te proeven kregen waren helemaal super en onze Houma – supermarkt thee kwam hier ook niet bij in de buurt.

In Hangzhou hebben we verder gewandeld door de stad en hierbij ook de 1eBurger King gevonden sinds we in China zijn, die we nog uitgeprobeerd ook hebben. Bij gebrek aan een lounge of woonkamer in het hostel om wat te relaxen zijn we weer in de bioscoop beland, dit keer bij de actie- thriller “Inception” met Leo di C., wat nog een goede film bleek te zijn ook.

Na 1,5 dag “Hemel op aarde” vertrokken per express train naar “ShiBo” (Expo) city oftewel: Shanghai!

Omdat deze blog alweer bizar lang is geworden (sorry, we liepen “een beetje” achter) en we alweer bijna naar huis gaan zullen het einde van onze reis nog in een laatste deel proberen te proppen. : )

Run Foreigner, Run!

“Een pittige hike, zelfs voor degenen die goed in vorm zijn, van 2-3 dagen”, aldus Lonely Planet. Eerste reactie, flashbacks van de klim op Hua Shan en de spierpijn na de Chinese Muur. Tweede reactie, visioen van hoe Gjalt die probeert mij dat pad omhoog te duwen met als resultaat een super “gezellige” sfeer. Wanneer Gjalt met dit geweldige voorstel komt weet ik dan ook vrijwel meteen dat dit niet aan mij besteed is, wat ik dan wel ga doen in die dagen, dat is de vraag.

We zijn in Lijang, het Chinese massa toerisme walhalla waar Gjalt jullie achterliet. Zoals Gjalt al vertelde kwamen we terecht in een super gezellig klein hostel waar we allemaal meteen “new friends” waren. Natuurlijk, waarom niet?! Wanneer ik vraag of je hier ergens kunt paardrijden in de omgeving besluit “my new best friend”, de Chinese Elva die redelijk Engels spreekt, met me mee te gaan. De volgende dag blijkt dat Libin, de “manager” van het hostel, ook mee gaat, blijkbaar kan het hostel wel een dagje zonder dat er iemand aanwezig is van de staff. We gaan naar Lashi Lake, een meer net buiten Lijang, alwaar we alle drie een paard toegewezen krijgen. We krijgen een paar witte handschoenen (-10°C of 38°C, als Chinezen een “activiteit” gaan doen, gaan de handschoentjes aan!) en klimmen op onze knol. Samen met de Laoban (baas) gaan we de bergen in achter Lashi Lake. Wanneer ik steeds meer groepjes Chinese toeristen in korte broek, slippers en met telelens ons tegemoet zie komen ben ik even bang dat dit weer zo’n typische Chinese toeristen ervaring wordt met alleen maar stappen en dat we na een half uurtje alweer terug zijn. Gelukkig valt dit reuze mee wanneer we allerlei kleine, modderige, steile paadjes omhoog nemen door het bos en we zowaar “echt” in de natuur zitten. Libin leidt onze vier koppige kudde met zijn paard en de Laoban legt uit dat dit paard “een vacht zoals een buitenlander heeft” (whatever that may be..) en dat hij daarom “Laowai” heet, oftewel: buitenlander. Blijkbaar heeft de baas Buitenlander goed getraind want elke keer als we op een vlak stukje komen schreeuwt de baas naar voren: “Zhó Laowai, Zhó” wat zoveel betekent als “Run Foreigner, Run”. Alvorens ik een flashback krijg van Forest Gump sprint Laowai naar voren, ik hoef niet eens wat te doen, ook mijn paard is geconditioneerd zo blijkt waardoor we in de 2e versnelling door het bos hobbelen. Af en toe gunnen we Laowai en zijn paarden makkers wat rust en genieten van het uitzicht op Lashi Lake wanneer we bovenaan de berg zijn. Uiteindelijk zijn we na zo’n 2-3uur weer terug bij Lashi Lake, hebben we alle drie spierpijn en begeven we ons naar de Chinese vreetschuur voor wat rijst, fried egg en soep met kippenvoeten erin: heerlijk! Na een tochtje op het meer in een klein Chinees bootje taaien we af naar het hostel waar er alweer gekookt wordt en we heerlijk kunnen aanschuiven bij een hotpot, een soort fondue waar de Chinezen alles in flikkeren wat ze kunnen vinden. Wanneer ik nog even door de Old Town struin vraag ik me af waarom sommige mensen die we onderweg zijn tegengekomen ons vertelden dat Lijang het “backpackers walhalla” is. Het is een walhalla ja, maar overduidelijk voor Chinese toeristen, die OVERAL zijn. De straten herinneren me aan een drukke zaterdagavond in Amphion waarbij je je voetje voor voetje moet verplaatsen. Hier steken er her en der nog wat vlaggetjes bovenuit van de tour groepen, wordt er links van je gerocheld, rechts van je zit een kind op straat te piesen in z’n – o zo handige- ‘open crotch pants’ en van achter wordt je bijna omver geduwd. Tja dat zijn Chinezen..

De volgende dag probeer ik me zoveel mogelijk af te zonderen van deze über vorm van massa toerisme, hang wat rond in het hostel met Elva en Libin en ga daarna met met hen naar de markt. Hoewel we al veel markten in China gezien hebben is vooral de vlees sectie toch elke keer weer apart om te zien. Stukken vlees liggen open en bloot op een houten plank, geen koeling of niks, terwijl het zo’n 37°C is. Of het hangt aan een vleeshaak met een natte lap erover heen.. Dit is één van de redenen waarom ik bij aankomst in China al snel besloot zo min mogelijk vlees te eten. Het is bizar hoe dit gebrek aan hygiëne totaal geen probleem is voor Chinezen en tegelijkertijd is het niet meer dan logisch dat Gjalt en ik nog steeds kampen met buikklachten. Wanneer ik ergens achteraan, in een zijstraatje, een paar hokken vol met honden zie staan die half in coma hun lot afwachten, vind ik het genoeg geweest voor deze markt. In het hostel ontmoeten we Gjalt die net terug is van zijn hike en spenderen we de avond met lekker eten, biertjes, gezellige mensen, wat wil je nog meer.

Ons laatste dagje in Lijang huren we mountainbikes en begeven we ons een paar kilometer buiten Lijang waar naar het dorpje Baisha gaan, hier wonen voornamelijk Bai mensen (een van de minderheden in China). De weg ernaar toe biedt mooi zicht op alle bergen die Lijang omringen en Baisha is redelijk rustig, we lopen wat rond in kleine straatjes en komen uiteindelijk bij Dr. Ho. Hij is het standaard type ‘oude Chinese, wijze medicijngeleerde’, uiteraard inclusief lange baard. Blijkbaar is hij erg bekend, overal hangen westerse krantenartikelen waar hij in vernoemd is en blijkbaar zijn Jan Peter en Maxima hier zelfs ooit geweest. Na een ‘hand check’ krijg ik toch nog maar wat Chinese medicijnen mee die ik vooral met veel warm water moet drinken. Uiteraard, want warm water drinken is de alom bekende oplossing voor elke kwaal, volgens de Chinezen.

De volgende dag nemen we afscheid van onze Chinese vrienden en vertrekken we naar Dali. Ook hier blijkt er een “new ancient” Old Town te zijn die toch wel veel lijkt op die in Shangri La en Lijang. Het is er gelukkig niet zo mega druk als in Lijang wat het best een leuke plek maakt om wat rond te lopen en met een Dali biertje op een terras te zitten. Ze zijn hier duidelijk gewend aan buitenlanders, Westers eten is geen probleem en we vinden zelfs een bakkerij, gerund door een Duitse, met écht volkorenbrood! Met de 2 dagelijkse noedel hap uit het weeshuis nog vers in ons geheugen doet ons dit erg goed : ) . Dali ligt bij Erhai Lake waar we tevergeefs zoeken naar een plekje bij het meer om te zitten, liggen, relaxen of op wat voor manier dan ook bij het meer wat tijd door te brengen. Maar niets hier van. De Chinezen doen niet aan relaxen, als zij willen “genieten” van natuur dan gaan ze er 1. met een tourbus doorheen of als het water betreft 2. met een grote tourboot een half uur varen. Niet helemaal onze stijl en omdat er verder niet veel te doen lijkt in Dali besluiten we al snel verder te gaan. We besluiten nog meer zuidelijk te gaan, naar de streek ‘Xishuangbanna’ op de grens met Myanmar en Laos. De sleeper bus die ons naar Jinghong, de hoofdstad van deze streek, brengt is duidelijk gemaakt voor Chinezen wanneer we constateren dat we toch echt te lang zijn voor de bedjes. Ondanks de sigarettenpeuken en zonnebloempitten die we her en der in de randen om ons bed vinden kunnen we toch nog de slaap vatten en komen we na 16uur aan in Jinghong. Deze stad is nauwelijks toeristisch waardoor we bij gebrek aan een hostel in een Chinees hotel inclusief karoake bar op de verdieping onder ons waardoor we ’s nachts fijn mee kunnen genieten van het gebler en geschreew van dronken Chinezen. Echter, de omgeving maakt alles goed.

Xishuangbanna is niet te vergelijken met Houma en alle andere gebieden waar we geweest zijn, het is er tropisch warm, overal zijn palmbomen en godzijdank ontbreken de Chinese tourbussen. In deze streek wonen voornamelijk Dai mensen, een minderheid die nauw verbonden is met de Thai uit (vanzelfsprekend) Thailand. Er zijn dan ook volop Thaise restaurantjes te vinden. Omdat Gjalt toe is aan een goede Thaise curry kiezen we dan ook voor Thai food in plaats van Dai, een keuze die nog verstrekkende gevolgen zou hebben.. Amper een paar uur daarna begint Gjalt wit weg te trekken, buikkrampen etc. oftewel “the usual”. Hij belandt ziek in bed en ook de volgende dag worstelt hij met de vermoedelijke parasiet of bacterie. Ik voel me nog redelijk prima en huur een mountainbike om Jinghong te verkennen. Ik fiets eerst naar de “Birmese markt” waar ze schijnbaar allerlei kleding vanuit Azië verkopen. Eenmaal daar heeft de hitte het al half van me gewonnen, het is zo’n 39°C en het tropische klimaat zorgt ervoor dat het nog warmer aanvoelt. De Birmese markt blijkt voornamelijk Jade sieraden te verkopen en de Birmese verkopers vinden een blanke vrouw alleen blijkbaar nog specialer dan de Chinezen dat al vinden. Ik word alleen maar nageschreeuwd en aangezien de Chinezen in heel China gek zijn van Jade ben ik niet geïnteresseerd. Ik fiets dan maar de hele stad door, langs parken en meertjes, de een beter gelukt dan de ander en kom na zo’n 4uur uitgeput en oververhit in het hotel terug. Gjalt besluit zichzelf toch met z’n laatste krachten op een mountainbike te wurmen en samen gaan we naar het dorpje Ghasa en de hotsprings hier. Tenminste, we gaan op zoek. Want het kaartje is “nogal globaal” waardoor we toch wel heel erg ver in de velden met bananenbomen komen waar we af en toe een oud mannetje tegen komen met z’n waterbuffel. We doen nog een poging om locals te vragen of de hotsprings hier ergens zijn maar ons Chinees is duidelijk niet toereikend. Na nog een tijdje zoeken komen we uiteindelijk toch in Ghasa waar de plaatselijke Dai een beetje op straat hangen voor hun houten huizen op palen. Bij de hotspring zitten locals aan de rand hun was te doen in het groene water en – omdat ze er toch zijn- wassen ze zichzelf dan ook maar. Waarschijnlijk gebeurt dit met net zo’n regelmaat als in Houma, één keer per maand. De hotspring ernaast is voor de “zwemmers” en voor het eerst sinds ons verblijf in China kunnen we onze zwembroek en bikini dan ook gebruiken en duiken het groene, naar rotte ei stinkende, water in. Het is bizar heet maar een aangename ontspanning na een hele dag fietsen.

Xishuangbanna is bekend om zijn populatie wilde olifanten die hier nog leven. We besluiten dan ook naar Elephant Valley te gaan, een National Park van regenwoud waar je deze beesten zou kunnen zien. Bij gebrek aan een echte motorbike belanden we uiteindelijk op een schrale, half kapotte scooter die we via via gevonden hebben. We nemen de oude weg naar Mengyang door de bergen en hier blijkt al snel hét probleem van de scooter, hij valt namelijk om de 50m uit zichzelf uit.. Benzine? Nee hebben we nog..even wachten..de scooter wat heen en weer schudden en vooral dit laatst schijnt blijkbaar te helpen want hij doet het weer. Dit herhaalt zich de hele weg en we zijn blij wanneer we Mengyang halen aangezien er de 2uur door de bergen niets of niemand te zien is behalve wat houten hutjes her en der. Het uitzicht op het regenwoud is enorm mooi, helaas is het echter begonnen met regenen waardoor we in onze regenponcho’s steeds meer zitten te verkleumen. In Mengyang drinken we ergens een iced green tea en de jongen van de shop is zo aardig om zijn vriend te bellen die “een beetje Engels” spreekt. Samen met nog een klein broertje springen zij met z’n 3-en op een motorbike en rijden de hele weg naar Sanchahe Nature Reserve met ons mee. In het park aangekomen blijkt meteen waar alle Chinese toeristen zich hadden verstopt, in hun tourbus en dit is hun stop. We zijn getuigen van een vreselijke “wild elephant” show die de Chinezen geweldig vinden maar waar Marianne Thieme Kamervragen over zou stellen. De arme beesten doen de meest rare trucjes en daarna mag je voor geld ze eten geven of met ze op de foto. We voelen ons al schuldig genoeg dat we hier naar gekeken hebben en druipen af, de rest van het park in. Ondanks het omringende regenwoud wat zeker mooi en bijzonder is, is de rest schrijnend. Zo zit er een jongen met een Aziatische Zwarte Beer met muilkorf waarmee je op de foto kunt en een python in een onafgesloten kist met plakband om z’n bek. Toch besluiten naar het andere deel van het park te gaan waar we over een pad het regenwoud inlopen waar je aan het einde wilde olifanten zou kunnen zien bij een drinkplaats. Helaas waren de olifanten nergens te bekennen maar werden we wel getrakteerd op wilde Black Gibbons die nieuwsgierig om ons heen bleven hangen! Dit maakte het schrale olifanten gebeuren een beetje goed!

Ondanks dat we blij waren dat we met de scooter weer heelhuids waren aangekomen in Jinghong besloten we toch de volgende dag nog een keer voor een trip te gaan. Dit keer gingen we naar een meer in de buurt van Menghai. De weg hiernaar toe was veel beter waardoor de scooter ook iets minder vaak afsloeg. In de buurt van het meer klaarde het weer zelfs op en konden de regenponcho’s eindelijk uit. We reden langs velden suikerriet, papajabomen en overal waterbuffels die in een modderpoeltje lagen te genieten. Bij een boeddhistische tempel zijn we nog even getuige van een of andere optocht en uiteindelijk belanden we na veel zoeken en rondvragen bij het meer. Helaas is ons scootertje niet opgewassen tegen de dikke lagen modder op het pad rondom het meer en keren we al slippend en glibberend om, om dan toch maar dezelfde weg terug te nemen.

Xishuangbanna heeft ons veel moois laten zien en even een tropisch tintje aan onze reis gegeven. Vanuit Jinghong nemen we de nachtbus naar Kunming wat zo’n 10uur ten noord oosten ligt van Jinghong.

Omdat het toch weer zo’n lang verhaal is geworden zullen we de volgende keer daar over vertellen. Voor degenen die helemaal tot hier hebben gelezen: knap werk! : )

Twenty Seven Years in Tibet

Allereerst, bedankt allemaal! Niet alleen voor de felicitaties op mijn verjaardag maar ook voor alle reacties die op dit blog zijn achter gelaten. We vinden het leuk dat het blog trouw gelezen wordt en zouden graag op elke reactie persoonlijk reageren. Helaas zorgen tripjes en onstabiele internetverbindingen ervoor dat onze internettijd beperkt is, vandaar dat we het via deze weg doen. BEDANKT!!!!

Om de chronologie erin te houden zal ik verder gaan waar Susanne jullie heeft achtergelaten, namelijk bij ons afscheid van het weeshuis. In realiteit is dat alweer drie weken geleden en zijn wij in de tussentijd half China door gereisd. In die tijd hebben we teveel indrukken en ervaringen opgedaan om in dit ene blog te proppen. Aangezien ik zelf geen zin heb in een lang blog (en jullie waarschijnlijk ook niet) zal ik proberen om het kort te houden.

Het afscheid was een droevig verhaal, de deur achter je dicht trekken van een plek waar je een half jaar hebt gewoond,gewerkt en enorm veel hebt meegemaakt doet pijn. Met wat waterige oogjes en een brok in de keel begonnen wij dan ook aan de trein reis die ons van Houma naar Chengdu zou brengen. Een bijkomend voordeel was wel dat we door het afscheid zo diep in gedachten verzonken waren dat de hektiek en kakofonie van Houma'se treinstation volledig aan ons voorbij ging. Helaas gingen de resterende dertig uur in de trein wat minder aan ons voorbij. Een Chinese treintrip is een blogverhaal apart.....

Dertig uur na ons afscheid komen wij aan in de miljoenen stad Chengdu. Ondank het feit dat er in die ene stad nagenoeg even veel mensen wonen als dat Nederland rijk is had ik, voor mijn vertrek naar China, nog nooit van deze stad gehoord. Niet verwonderlijk aangezien ik naast Beijing en Sjanghai nauwelijks kennis had van de Chinese topografie, jullie?

Hoewel het diep in de nacht was begreep ik meteen waarom deze miljoenen stad nauwelijks bekendheid geniet buiten China. Met zijn semihoge,betonnen gebouwen en overdosis aan neonverlichting is Chengu een exacte kopie van willekeurig elke andere stad in China. Het concept van neonverlichting, schreeuwerige karaoke bars, goedkope eetstalletjes en hordes Chinese toeristen kennen wij inmiddels wel, hiervoor kwamen wij dan ook niet naar Chendu. Nee, het waren de panda's van het nabij gelegen Panda Research Center en de transport mogelijkheden naar Tibet dat ons naar deze stad trok.

De panda's waren geweldig! In tegenstelling tot andere dierencomplexen die wij in Chinese hebben bewonderd hadden de dieren hier wel enige kwaliteit van leven. Hier tref je geen Chinezen die flesje cola in het dierenverblijf gooien of met stokjes in hun vacht prikken om hen te laten bewegen. Het ging er verbazingwekkend ‘beschaafd' aan toe. Wel is het informatiesysteem op en top Chinees. Zo wist ik niet dat de panda bijna is uitgestorven doordat vermogende westerlingen (vooral Amerikanen) illegaal op die beesten jagen. Ik dacht altijd dat het lag aan de Chinese verwoesting en vervuiling van de natuurlijke leefomgeving van de panda.

Na Chengdu wachtte er een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt op ons, namelijk de autonome periferie van Tibet. Via het veel bezongen maar verder weinig interessante Kanding bracht de hoogst gelegen snelweg ter wereld ons naar het op 4500 meter hoog gelegen Litang. Onderweg maken communistische betonnen gebouwen plaats voor sierlijke Tibetaanse huizen. De lucht krijgt een gezonde blauwe kleur en het afval maakt plaats voor gigantische groene valleien waar yaks in grazen. Ook het gezicht kleurt van whitening crème wit naar Tibetaans donker. Het voelt alsof we China verlaten en een nieuw land in gaan, dit gevoel wordt verder versterkt doordat ook de taal veranderd van Manderijn in Tibetaans. Hoewel het ons niet uitmaakt in welke taal wij hen niet verstaan klinkt het Tibetaans toch vriendelijker en toegankelijker.

De busreis zelf is bijna een aparte blog waard maar in het kader van jullie kostbare tijd zal ik het wederom kort houden. Tibetanen kunnen niet tegen busreizen!!!! Kots vliegt zowel voor- als achter ons door de lucht en de bus, die toch al naar Tibetaanse zure melk rook, begint nog meer te stinken. Hierdoor moeten ook wij ons best moeten doen om de yaksteak van de avond daarvoor binnen te houden. De bus rammelt aan alle kanten wanneer wij over onverharde wegen langs enorme ravijnen rijden. Wanneer ook de remschijven beginnen te roken en wij op de één baan weg een vrachtwagen passeren ben ik blij dat mijn vader niet aanwezig is!! Ook de Tibetanen zelf vinden het ‘ijzeren beest' maar niets, diegene die niet kotsen bidden luidkeels om een goede afloop. Dit stukje mechanische technologie is hier nog steeds een onbekend fenomeen.

Eenmaal aangekomen checken WIJ in, in één van de weinige hotels die Litang rijk is. De nadruk ligt hierbij op ‘wij' omdat de sfeer zo laidback is dat zelfs de receptioniste in geen velden of wegen te bekennen is. Geen probleem voor ons; we grissen wat sleutels van een haakje, checken welke kamer ons het beste lijkt, jatten wat schijtlint, drinken een biertje op het gegeven dat we levend zijn aangekomen en checken ons zelf in. Yaksteak en boterthee vormen ons avondmaal op de vooravond van mijn 27ste verjaardag,nice!

Zevenentwintig jaar in Tibet, ik kan weer een vreemde locatie toevoegen op het lijstje van plekken waar ik mijn verjaardagen heb gevierd. De enige aanwezigen zijn Susanne en een aantal paarden die Susanne en mij over de ‘net niet' besneeuwde toppen van de Himalaya dragen. Ja, we vieren mijn verjaardag in stijl! Paarden, Yaks, 7000 meter hoge sneeuwtoppen, een enkele Tibetaanse boer en zijn familie, ik voel mij geen moment alleen. De uitzichten zijn immens en op bepaalde plekken zelfs onaards mooi, zo uitgestrekt heb ik het nog nooit gezien. Dit is één van de plekken die niet te omschrijven is, dit is iets dat je gewoon moet ervaren. En wij ervaren het, op mijn 27ste verjaardag!! Je zou bijna vergeten dat je weer een jaartje verder verwijderd raakt van je jeugd!

De dag na mijn verjaardag staat een motobike trip op de agenda. Tijdens het ontbijt hebben wij een Amerikaan iets horen zeggen over een gletsjermeer dat drie uur in noordelijke richting van Litang ligt, onze bestemming is hiermee bepaald. De trip lijkt bijna niet door te gaan wanneer ik bij het afhalen van mijn motorbike een echte, zware motorfiets krijg voorgeschoteld (in tegenstelling tot de semi automaatjes die ik gewend ben). Ik heb nog nooit op een echte motor met koppeling e.d. gereden en vraag mij af of een trip over onverharde wegen een geschikte plek is om dit te leren. Gelukkig wint het gletsjermeer het van mijn gezond verstand waardoor ik, na een korte instructie, wegcross op het stalenros. Het duurt eventjes voordat ik door heb hoe ik in zijn tweede versnelling moet komen maar zodra ik dit weet vliegen wij op 5500 meter hoogte tussen de nomadische Tibetanen en hun kuddes door. Onderweg vinden wij de Amerikaan die ons over het gletsjermeer vertelde, hij is gestrand met een lekke band. We wachten tot een vriendelijke Tibetaan zijn probleem heeft verholpen en rijden gezamenlijk verder.

We passeren gigantische uitgestrekte groene valleien, zien yaks waden in het water, worden toegelachen door Tibetaanse monniken en dit alles met de mooiste achtergrond die wij ooit hebben gezien, we genieten! De motor vliegt over de bochtige weg en wij kunnen alleen maar glimlachen, dit is werkelijk fantastisch!!! Wanneer het voorwiel de rand van het gletsjermeer aantikt lijkt het alsof we in sprookjesland zijn aangekomen. We worden ontsloten door besneeuwde bergtoppen terwijl voor ons een surrealistisch groen gletsjermeer ligt. Nederig en buitenadem door het gebrek aan zuurstof leggen wij dit verschijnsel vast op camera. Om de kick te begrijpen die wij ondervonden raad ik aan om de foto's te bekijken.

De dag erna vertrekken wij per Mini Van naar Shangri-la. Deze twee daagse busreis leidt ons door de uitlopers van de Himalaya. Shangeri lalalala....de busreis is fantastisch. Shangeri La zelf ligt overduidelijk in China én is één van dé toeristische bestemmingen. Busladingen met Han Chinezen vinden hun weg naar de ‘new ancient' town of Shangeri La. Gelukkig vinden wij een leuk afgelegen guesthouse waar we al snel vrienden worden met een tweetal Denen. We spelen wat spelletjes Uno en Jungle Speed (Ja Bouwser, ik ben nu ook in het bezit van dit spel en klaar om jouw ass een keer te kicken!!!) en spenderen de dagen luierend. Aan westers eten is hier geen gebrek en dus doen wij ons tegoed aan Pizza's en sandwiches. De ‘oude' binnenstad houdt ons voldoende bezig dus we hoeven eindelijk eens een keer niet ver te reizen.

Hier na reizen wij verder naar Lijiang, het hart van Chinees toerisme! Direct bij aankomst wordt het duidelijk, dit is niet de plek waar je heen moet gaan als je van rust houdt. Overal zijn brullende KTV's (karaoke bars) en elke vierkante meter wordt in beslag genomen door tenminste drie fotograferende of poserende chinezen. Als blijkt dat ook alle hotels en hostels vol zitten bekruipt ons het gevoel dat we een ernstige fout hebben gemaakt, we hadden nooit naar Lijiang moeten gaan! Op het moment dat Susanne in staat is om haar rugzak de sloot in te smijten worden wij benaderd door een groepje Chinezen met de vraag of wij opzoek zijn naar een onderkomen. Hoewel we doorgaans, door schade en schande wijs geworden, dit soort aanboden afslaan, geven wij ons ditmaal over en volgen hen naar de plek die volgens hen ‘fantastisch' is.

Bij aankomst blijkt meteen dat onze intuïtie volledig fout zat, we komen aan in hotel paradijs. Werkelijk, voor een ‘prikkie' zitten we in een super luxe kamer. Houten vloeren, een gigantisch bed, marmeren badkamer, sofa met televisie, echt alles is aanwezig en schoon! Als de prijs ook nog eens belachelijk laag blijkt te zijn gaan wij overstag en nemen de kamer aan. Voor een dergelijke deal vermoeden wij dat er ergens een addertje onder het gras moet zitten en dat Susanne waarschijnlijk haar lichaam zal moeten verkopen. Wederom blijkt ons gezonde wantrouwen er volledig naast te zitten. De jeugdige eigenaar van het guesthouse heeft dit pand recentelijk gekocht met de centen van papa en is maar al te trots dat er ‘westerners' in zijn hotel zitten. Overal wordt voor gezorgd, we krijgen gratis maaltijden en bier aangeboden, krijgen een gratis tandenborstel en kunnen ook nog gratis onze was laten doen. We zijn een koning te rijk!!

Ik ben hier echter niet heen gegaan om te genieten van Chinees massa toerisme of de luxe van en hotel. Nee, ik ben hier vanwege de nabij gelegen Tiger Leaping Gorge. Volgens de Lonely Planet is dit de meest spectaculaire wandeling in China. Hij schijnt tandjes zwaar te zijn zodat Susanne besluit om met haar nieuwe vriendin uit het hotel te gaan paard rijden. Desondanks besluit ik om te gaan ‘hiken', een keuze die ik niet betreur.

De wandeling is alles wat ik er van hoopte en meer! Tijdens de wandeling, die ik samen afleg met mijn nieuw verworven Koreaanse vrienden, wordt ik getrakteerd op spectaculaire ravijnen, bergtoppen, valleien, kloven, watervallen en een schitterende natuur. Door deze schoonheid zou je bijna vergeten dat het eerste deel van deze trip alleen maar omhoog klimmen is en daardoor behoorlijk zwaar is. Een pijnlijke kramp brengt mij dan ook terug naar de realiteit, Hollanders zijn NIET gemaakt voor bergen!

Gelukkig houdt het klimmen op en is het vandaar alleen maar dalen, de benen herstellen. Ik overnacht hoog in de bergen en wordt wakker in het hotel dat bekend staat om het toilet met het mooiste uitzicht in de wereld. En om eerlijk te zijn, het hotel maakt zijn naam waar! Check de foto's! De dag erna rond ik de wandeling gemakkelijk af en keer naar hotel d'Luxe waar Susanne op mij wacht. We verblijven nog een aantal nachten in Lijiang om vervolgens onze reis verder voort te zetten in de richting van Zuid China. Susanne zal hier snel meer over vertellen.

Tijdens het schrijven van dit verhaal heb ik een flinke lading goedkope bier achterover geslagen terwijl ik, van het dakterras van ons guesthouse, uitkijk over een fantastische ondergaande zon boven het karst gebergte van Yangshuo. Het verhaal is dan ook iets wat langer geworden dan ik had gehoopt. Sorry hiervoor, we zullen proberen om de volgde wat korter te houden!!!HA!

Zaijian

Zaijian Xinjiang

Nadat Nederland geen wereld kampioen was geworden ging onze focus naar ‘the next big thing’, namelijk de laatste weken in het weeshuis. Voor we hierover vertellen eerst nog wat up dates voor de liefhebbers over het weeshuis.

Begin mei kwam een oude bekende terug naar het weeshuis. Wij kenden hem niet maar het jongetje, Yao Yao, had 3 jaar in Shanghai geleefd in een pleeggezin en ging naar een speciaal instituut. De pleegouders vonden dat hij hier niet genoeg (fysio)therapie kreeg dus werd hij terug gestuurd naar het weeshuis. Yao Yao heeft ook cerebral palsy en daarnaast waarschijnlijk autisme. De pleegouders hadden een sponsor gevonden waarmee het weeshuis een extra ayi kon aannemen speciaal voor Yao Yao. Na 2 maanden was er inderdaad dan eindelijk een extra werker aangenomen die Yao Yao de hele dag in toom houdt. Want mijn god wat een energie heeft dat mannetje! Hij plukt en trekt de hele dag continu aan alles en iedereen en wanneer hij in de (kale) box wordt gezet zodat de ayi even op adem kan komen, is Jiao Jiao meestal zijn slachtoffer alhoewel ze wat betreft “friemelen” wel aan elkaar gewaagd lijken. Extra veel therapie houdt helaas echter in dat hij wordt vastgebonden tegen het “standing frame”, waar hij dus zou moeten oefenen met staan. De ayi’s binden hem vast, gaan op de mat zitten met de andere kids en beginnen te kletsen over het weer en de laatste mode in Xinjiang. Tegelijkertijd zien wij Yao Yao, aan de andere kant van de kamer, zich behendig uit alle banden werken en voor je het weet hangt hij ondersteboven alvorens hij los is, een ware Houdini!

De tamelijk verwende, mollige peuter Yun Yun vertrok eind juni samen met een zuster en baby Yue Yue (mega hazenlip) naar Shanghai voor operatie. Yun Yun was al geopereerd aan zijn hazenlip en ze gingen nu “alleen nog” zijn gehemelte dicht maken. Bij Yue Yue werd haar lip als het ware dicht gemaakt. Een paar dagen voordat ze zouden vertrekken hoorde Maggie de zusters praten over Yun Yun en een bepaalde familie en bij navraag bleek dat hij na de operatie meteen door zou gaan naar deze familie, wat zijn pleeggezin zou worden voor de volgende 3-4 jaar. Wij vonden het toch wel redelijk opmerkelijk dat ze ons hier niet over verteld hadden. Als Maggie het niet terloops had gehoord dan hadden we gewoon gedag gezegd, niet wetend dat hij niet meer terug zou komen. Toen we de zusters vroegen waarom ze het ons niet verteld hadden zeiden ze dat het niet “necessary” was het ons te vertellen en het was nog niet zeker of hij daar zou blijven, ze gingen het eerst proberen. Uiteraard is Yun Yun niet meer terug gekomen en het blijkt maar weer dat we hier worden geïnformeerd op een “need to know basis”. Het lijkt erop dat de zusters denken dat “the less you know, the better” maar voor ons voelt het toch niet altijd even prettig om het maar zacht uit te drukken.

Nadat Yun Yun met de noordenzon vertrokken was en Yue Yue haar lip dicht gemaakt was, was dit reden genoeg blijkbaar om van Yue Yue die nieuwe lieveling baby te maken. Hiervoor lag het arme meisje de hele dag in haar bedje en werd er alleen uit gehaald voor een flesje of een nieuwe luier. Nu liepen de ayi’s en zusters opeens de hele dag met haar te sjouwen en zat ze continu op schoot. En wanneer ze dan even toch in haar bedje lag en ze werd wakker uit haar slaap dan zette ze meteen een keel op want mevrouw had al snel geleerd dat ze een trapje hoger was gekomen op de “aandachtsladder”. Tja zo werkt het hier, er moet eerst een ander kind weggaan voordat er oog is voor een ander..

Nadat we uit Beijing terug waren van onze ‘mid term’ training was de trampoline aangekomen. Een mega pakket met zowaar aandachtspunten over “hoe wel en niet de trampoline te gebruiken”, in het Nederlands. Midden op de dag besloten we het gevaarte in elkaar te zetten, heerlijk met 38°C! Een Ikea beschrijving is nog hemels vergeleken bij degene die hierbij zat maar na wat uitproberen en wat hulp van de werkmannen die bezig waren met de bouw van het nieuwe weeshuis stond ie dan eindelijk. En de kinderen vinden het prachtig!

Toen we nog midden in het opbouw proces zaten kwam er opeens een politie busje de binnenplaats van het weeshuis oprijden. Zou er iets met ons visum niet in orde zijn? Sturen ze ons naar huis? Of.. en dat is de enige meest logische verklaring…er is een nieuw weeskind. En jawel we zagen een vrouw uitstappen met wat doeken in haar armen. Zij en de politieman legden uit dat deze baby voor het weeshuis gevonden was. Er zat geen briefje bij maar er werd geschat dat het jongetje zo’n 1 a 2 maanden oud was. Hij had een ingevallen borstkast en zijn spieren waren enorm stijf. Nadat de vrouw wat papieren ingevuld had en de politieman vooral ons aangestaard had (ja we zijn buitenlanders..) vertrokken ze weer en bleef het kleine ventje achter bij ons in het weeshuis. Nu Yun Yun weg was, was er nog een extra bedje over dus daar kon de kleine in en daar bleef hij veelal ook in…voornamelijk huilend. Het was wel indrukwekkend om te zien hoe zo’n klein kindje al zo vroeg in zijn leven in een weeshuis terecht komt. En met zijn ingevallen borstkast, wat al snel duidde op een hartafwijking, in combinatie met hoogstwaarschijnlijk cerebral palsy, heeft dit mannetje niet de beste kansen op een goede toekomst. Na een paar weken kreeg hij ook nog eens een longontsteking en belandden Gjalt en ik samen samen met Maggie en zuster Theresa in een ziekenhuis in Xinjiang. De baby, die ondertussen de naam Yi Xia had gekregen, was al aardig grijs uitgeslagen wat me niet zo’n geruststellend gevoel gaf toen ik met hem in m’n armen in de drukke wacht/behandelkamer zat. De kinderarts had het mega druk en overal zaten moeders met kinderen op schoot. De dokter keek dan 2 sec., nam het kind mee naar buiten alwaar het een spuit in de billen kreeg. Daarna werd er een infuus of in het hoofd of in de arm aangelegd. Al snel bleek dat dit de Chinese medische oplossing is in het ziekenhuis, wat je ook mankeert! Wij hoopten vurig dat we niet echt ziek zouden worden gedurende onze tijd hier…
Ook Yi Xia kreeg een spuit maar in plaats van een infuus kreeg hij de 3e mogelijkheid: zuurstof! Met het slangetje in zijn neus lag Yi Xia ruim 2 uur aan de zuurstof, afwisselend op mijn of Gjalt’s schoot. Hoewel hij er hierna iets beter aan toe was moest hij die middag nog naar het ziekenhuis in Houma. Daar heeft hij een paar weken gelegen aan de zuurstof en het infuus. In tegenstelling tot bezoekuren in Nederland voor familie moet er hier dag en nacht iemand bij de baby blijven. Toen wij tegen Maggie opmerkten dat we dit nogal vreemd vonden leek zij het nog vreemder te vinden dat wij dit niet als normaal zagen: je kan een kind toch niet alleen in een ziekenhuis laten?! De zusters en dokters zijn hier al zo druk met alle patiënten aan het infuus helpen of om een spuit te zetten dat ze geen tijd hebben om de patiënten in de gaten te houden. Dus zuster Theressa, wat zusters uit de Eye Clinic en Maggie wisselden elkaar deze weken af en verbleven ook ’s nachts op stoel naast het bed van Yi Xia. Uiteindelijk werd hij “beter” verklaard en mocht hij weer naar het weeshuis. Zijn toestand was nog niet optimaal en voor eind juli werd er gepland om hem naar Shanghai te brengen voor een “check up”. Als hij dan een operatie aan kan en de chirurg vindt dat het “the right time” om te operen is, dan krijgt hij een hartoperatie.

Een paar weken nadat Yi Xia in het weeshuis was gekomen kwamen er opnieuw een politie man en een vrouw binnenlopen met een paar doeken met hierin een nog kleinere baby. Dit jongetje was nog maar een week oud! Hij was gedropt bij een andere sociale instelling en om onduidelijke reden brachten zij hem naar “ons” weeshuis. Het jongetje heeft een hazenlip en het is toch heftig hoe mensen hun kind vrijwel meteen na de bevalling ergens dumpen omdat zijn lip niet “normaal” is, wat met een simpele operatie verholpen kan worden. Dit jongetje kreeg de bijzondere naam Shi Bo, wat in het Chinees zoveel betekent als “World Expo”.. Nou weten we dat de Chinezen heel trots zijn op elk evenement dat ze maar mogen organiseren maar een kind hiernaar noemen?

Halverwege juli kregen we visite in het weeshuis van een familie die zuster Mary blijkbaar kenden. We vroegen ons al af waarom ze hier precies waren, zo vaak komen er niet families naar het weeshuis om hier een aantal dagen te verblijven, maar de reden bleef uiteraard vaag. Na een paar dagen hoorde Maggie (wat moesten we zonder haar!) de zusters en deze familie praten over het meisje Yue Yue dat net was geopereerd aan haar hazenlip. Omdat ze bui al voelde aankomen vroeg ze of zij haar pleeggezin zouden worden en ja hoor dat was het plan! En sterker nog, 3 uur hierna waren ze al met Yue Yue vertrokken. Als Maggie hen niet had horen praten hadden we het nooit van tevoren geweten. Het is zo apart dat de zusters hier zo graag willen dat we een band opbouwen met de kinderen en “hun leven kleuren” maar tegelijkertijd informeren ze ons zo minimaal. Een echt betrokken gevoel krijg je er niet van..

Gelukkig konden we nu nog afscheid nemen van Yue Yue en zoals te verwachten viel werd de aandacht hierna weer verschuift naar een andere baby. Dit keer werd de aandacht verdeeld over de 2 nieuwe baby’s Yi Xia en Shi Bo wat voor hen natuurlijk alleen maar goed is aangezien ze anders echt alleen maar in hun bedje liggen. Maar voor de andere kinderen die in het weeshuis wonen is het wel wat triest dat bijna alle persoonlijke aandacht uitgaat naar de jongste baby’s. Dit proberen wij maar wat te compenseren door zoveel mogelijk alle kinderen wat persoonlijke aandacht te geven, een aai over hun bol of even met ze te stoeien.

Omdat de meeste kleine kinderen overdag nog worden bezig gehouden met therapie besloten we de oudere kinderen een middag mee te nemen naar Xinjiang. Tenslotte komen ze het weeshuis bijna nooit uit en wat extra aandacht hebben ze wel verdiend. Maggie en de Chinese vrijwilliger Lin Chong (wat we nog steeds speciaal vinden dat een Chinees vrijwilligerswerk doet) gingen ook mee en samen met Er Dan, Tian Long, Xiang Mei, Hang Hang en Tian Jie namen we de bus naar Xinjiang. Dat was al heel wat want Er Dan vond de bus enorm prachtig en attendeerde de chauffeur bij elke stop erop dat hij het knopje moest indrukken waarop de deuren weer zouden sluiten. Wie weet kan hij later zelf buschauffeur worden!
In Xinjiang zijn we met de kinderen naar het plein bij de pagode gelopen en hier was een soort groot opblaaszwembad met peddelbootjes erin. Alle kinderen werden in zo’n bootje gehesen en rond peddelen maar! Hilarisch was vooral toen we alle kinderen er alweer uitgeholpen hadden het meisje met Down Syndroom, Xiang Mei, doorhad dat iedereen uit de bootjes ging. Toen moest zij er natuurlijk ook meteen uit en midden op het water ging ze in haar bootje staan om al bijna eruit te springen. Na wat geschreeuw van onze kant hadden we haar blijkbaar overtuigd en peddelde ze naar de zijkant zodat we haar eruit konden helpen. Hierna konden de kinderen nog schieten op ballonnen en diverse spelletjes doen wat ze geweldig vonden. Als afsluiting namen we ze mee naar een soort nep KFC waar ze heerlijk hun hamburgers en friet naar achter werkten, weer eens wat anders dan weeshuis noodles! Hoewel het voor deze kinderen nooit genoeg kan zijn leken ze het wel heel erg naar hun zin gehad te hebben wat het voor ons een geslaagde middag maakte.

En toen braken onze laatste weken in het weeshuis aan.. voor ons zat onze tijd in het weeshuis er zo goed als op, we hebben gedaan wat we wilden doen of in elk geval geprobeerd. Eind juli vierden we dan ook ons afscheid oranje feestje met alle versieringen en andere meuk die we nog over hadden na het WK, met dank aan de familie Bauer! Toen we begonnen met de acitivity room te versieren (het regende waardoor we helaas niet alle kinderen mee naar buiten konden nemen), gingen de kinderen al door het dak. Ze wisten precies wat slingers betekenden: feest! De autistische en mentaal beperkte Shuai Shuai begon als een “gek” in zijn handen te klappen en Xiang Mei schreeuwde het uit. Een oranje feestje staat hier garant voor succes bij de weeskinderen! We hadden een taart besteld die zowaar te eten was gezien het een Chinese boter/slagroom taart was en verder hadden we heuse Smarties, lollies en Chinese drilpudding snoepjes voor de kinderen. Maggie had haar sushi gemaakt en verder hadden we een immense hoeveelheid slingers, fluitjes en vlaggetjes voor de kinderen. Een nieuwe K3 cd op (de oude was uiteraard al snel gesneuveld zoals alles hier) en alle kinderen gingen los. Het was een leuke middag waarbij alle kinderen aan het eind onder de slagroom zaten en wij van de ayi’s als afscheidscadeau een heuse Chinese naam kregen. Gjalt werd omgedoopt tot ‘Da Shan’ wat ‘Big Mountain’ betekent en ik kreeg de naam Hong Mei wat ‘Red Flower’ betekent.

Grote berg en rode bloem hadden van het geld dat we nog overhadden van de donaties nog wat spullen gekocht voor de ayi’s als afscheidscadeau. We hebben een paar mobiles gekocht voor boven de bedjes van de baby’s zodat ze in elk geval wat afleiding hebben als ze hier urenlang in liggen. En verder hebben we wat flesjes gekocht die de kinderen makkelijker kunnen vasthouden zodat ze hopelijk kunnen leren zelf te drinken, kommetjes met een zuignap aan de onderkant wat je op een tafeltje kunt vastplakken zodat sommige kunnen leren zelf te eten en nog wat speentjes etc. De ayi’s waren er erg blij mee en wij hopen maar dat het gebruikt wordt.

Na dit afscheidsfeestje hebben we ’s avonds nog een afscheidsdiner gehad met Guy, onze Australische vriend die we 2,5 maand niet hadden gezien omdat hij op vakantie was in Europa. Aan hem hebben we veel gehad gedurende ons verblijf in het weeshuis en we waren blij dat we hem nog konden zien voordat we weggingen.

Samen met Amos hebben we Maggie haar verjaardag ook nog gevierd. Hiervoor gingen we naar een restaurant, uiteraard in een private room, met een gigantische botertaart én Chinese gerechten die nog lekker waren ook.

Op onze laatste avond in Xinjiang hebben de zusters ons nog mee uit eten genomen. Hier hadden we zelf niet heel veel behoefte aan maar omdat dit een aardig gebaar is wat veel betekent in China hebben we dit natuurlijk niet afgeslagen. We hebben voor de verandering maar niet over “weeshuis zaken” gepraat waardoor het nog best gezellig was. Op de dag van ons vertrek hadden we nog een soort “exit interview” met Father Duan. Hij is op het moment erg ziek waardoor hij niet veel aanwezig is in het weeshuis maar hij wilde ons toch bedanken voor onze inzet. We hebben hem verteld dat we denken dat het goed is wanneer hij meer aanwezig is in het weeshuis als hij beter is en gelukkig zag hij dit ook zo. Hij gaf aan meer invloed te willen uitoefenen over hoe dingen geregeld worden. We hopen maar dat hij snel beter wordt. Als afscheidscadeau hadden we nog een oranje WK muts voor hem wat hij helemaal prachtig vond aangezien hij voetbalgek is. Wie weet draagt hij hem ook nog echt over 4 jaar bij het volgende WK.

En toen was het toch echt tijd om te gaan, Father Huang stond klaar met de minibus om ons naar het treinstation te brengen. Amos en Lin Chong, de Chinese vrijwilliger waren ook gekomen om ons uit te zwaaien en ons een afscheidscadeautje te geven, echt super leuk! Hoewel Gjalt toch ook wel moeite had om afscheid te nemen van Shuai Shuai die leek aan te voelen dat we weg gingen, hielden vooral Maggie en ik het niet droog ook al had ik dat willen voorkomen. Emoties uiten in het openbaar is eigenlijk not done en betekent gezichtsverlies in China maar blijkbaar zijn er uitzonderingen want ook bij zuster Theresa en een paar ayi’s kwamen de watervallen. Toen we alle kinderen gedag gezegd hadden en de kleintjes toch wel in het bijzonder was het tijd om te gaan. Na een stil ritje naar Houma stonden we dan voor het treinstation, klaar met het ene avontuur maar tegelijkertijd klaar voor het volgende. First stop: Chengdu!

Oranjekoorts in een rood China!

“Krijgen jullie nou eigenlijk een beetje wat mee van het WK?” werd ons een tijdje terug vaak gevraagd. Zeker geen gekke vraag wanneer je in China in een weeshuis woont, je geen eigen tv hebt, de stroom bijna dagelijks uitvalt en het internet zo traag is dat het uren duurt voordat je 3 foto’s online hebt gezet. ALS het internet al werkt..want ook dat is niet vanzelfsprekend. We zijn er hier al snel achter gekomen dat een internet abonnement natuurlijk niet perse betekent dat je dan ook elke dag recht hebt op internet, al helemaal niet op een bepaalde bandbreedte. “Alles zullen we eerlijk delen”, dus ook het internet. Dat houdt in dat wanneer er ergens anders in de omgeving, in de provincie of zelfs in het land, meer bandbreedte nodig is, ze dat er bijvoorbeeld bij ons vanaf halen. En dan wacht je dus maar even fijn wat (uurtjes) langer tot nu.nl geladen is. Of onze bandbreedte nou echt “gestolen” wordt of dat Big Brother gewoon vindt dat die rare buitenlanders veel te veel informatie vergaren op dat enge World Wide Web… laten we het maar in het midden houden.

Feit is dat ons aanvankelijke plan om de WK wedstrijden online te bekijken natuurlijk een grote grap werd, na 3uur de pagina laden zouden we de aftrap nog niet eens kunnen bekijken.

De 1e wedstrijd van het Nederlands Elftal hebben we zoals Gjalt al verteld heeft met groot succes in Beijing gekeken. Bij terugkomst in het weeshuis besloten we de wedstrijd tegen Japan samen met de kinderen te kijken in de ‘activity room’ waar dus een tv staat. Omdat deze groepswedstrijd door het tijdsverschil nog op een christelijke tijd voor de kids viel én de Chinezen een buiten proportionele aversie hebben tegen Japanners leek ons dit een goede gelegenheid om extra te “bonden” met de Chinezen, samen tegen de Japanners! Om de kinderen duidelijk te maken dat we “met zun alluh” voor die oranje spelers op de beeldbuis waren, hadden we onze Koninginnedag slingers uit de kast getrokken en heel de activity room oranje gekleurd. Met onze oranje outfits aan, toeters en bellen erbij gaven we de kids oranje kroontjes en natuurlijk wilde iedereen weer vlaggetjes op de wangen geschminkt krijgen. Gjalt had voor de gelegenheid zijn ‘banana cake’ gemaakt, hoewel de Chinezen dit toch meer uit beleefdheid eten dan dat ze het echt lekker lijken te vinden.

Kinderen aan de cola, cake en snoep, al zwaaiend met onze Nederlandse vlag die op miserabele wijze het Wilhelmus ten gehore brengt. We zitten klaar voor de aftrap en… ja wel ..Tian Zhao, de blinde, tamelijk agressieve, jongen van 21 jaar komt de kamer binnen, loopt naar de tv en zet deze op het weerbericht. Want jawel Tian Zhao houdt van regen en hij MOET elke avond, om half 8, het weerbericht luisteren. Aangezien we met de zusters hadden afgesproken dat wij met de kinderen voetbal zouden kijken zette ik de goede zender weer op, waarna ik meteen werd vastgegrepen door Tian Zhao. Voetbal en het Nederlands elftal stond niet op zijn agenda duidelijk. Nadat Maggie hem de situatie uitlegde bleef hij voor de tv staan en zette weer het weerbericht op. Dit maal zette Gjalt weer de voetbal zender op wat in het verkeerde keelgat van Tian Zhao leek te schieten. Deze haalde meteen uit naar Gjalt (hij mag blind zijn, hij weet altijd precies waar je ten opzichte van hem staat) waarbij het koordje van de camera en de camera de wegen scheidden. Terwijl wij hoorden hoe de werkers zeiden “dat we hem maar zijn zin moesten geven want anders wordt hij boos”, stond Tian Zhao met een stoel in zijn armen klaar om deze op de tv kapot te slaan. Oftewel: de toon was gezet! Alle kinderen stonden om ons heen met beduusde gezichtjes, zich afvragend hoe die buitenlanders dit zouden gaan oplossen. Dat vroegen die buitenlanders zich ook langzaam af aangezien Tian Zhao nu toch wel erg agressief werd. De wedstrijd was ondertussen zo’n 5 minuten begonnen en alvorens we nog maar konden bedenken hoe we hem zo snel mogelijk de kamer uit konden werken…werd er al voor ons beslist: de stroom viel uit! En wanneer hier de stroom uit valt is dat meestal geen kwestie van even wachten of de schakelaar omzetten. Dit duurt meestal uren, soms een dag, en wij gokken dan maar dat de World Expo in Shanghai op dat moment net even wat meer stroom nodig heeft dan een weeshuis in Houma. Wat een gezellig avondje voetbal kijken met de kinderen had moeten worden viel dus in het water (donker?!). We hebben vervolgens de kinderen nog een keer cola bij geschonken, er wat cake en chips in gepropt en zijn snel op de motorbike naar Xinjiang gescheurd om daar in een restaurant te belanden (mét airco, hoera!). Men kijkt er hier al van op als wij als buitenlanders zijnde ergens binnen komen, maar in onze oranje outfit mét Wilhelmus zingende vlag vallen hun oogkassen er bijna uit. Uiteraard waren de obers anti- Japan en de zegen van Nederland kon dan ook mooi met een lauw Tsingtao biertje worden gevierd.

Vanaf de 8e finales hebben we de wedstrijden afwisselend in restaurants gekeken (inderdaad, een bar hebben ze hier niet) of in het weeshuis met Father Duan die voetbal gek is. Omdat met z’n tweeën (of drieën) voetbal kijken ook maar tot een bepaalde hoogte gaaf is, vooral als er gewonnen wordt, zijn we nog een weekend op de motorbike naar Yuncheng gegaan om hier NL- Brazilië en Duitsland- Argentinië te kijken. Hoewel we naar Yuncheng, een grotere stad, gingen om niet te worden lastig gevallen door stroomuitval.. jawel…viel de stroom uit net in dat gedeelte van de stad waar wij in een bar NL- BRA aan het kijken waren! Toeval..? Na (weer) een spoed ritje op de motorbike terug naar het hotel konden tot onze stomste verbazing zien dat het 1-1 was. Binnen no time was de hele lobby voor die rare- in-oranje - geklede -buitenlanders. Toen het ook nog eens 2-1 werd konden we bij de Chinezen niet meer stuk, iedereen vond “Hélan” (NL) helemaal top en op de tv werd er nog dagenlang gepraat over “hoe Nederland toch Brazilië naar huis kon sturen”. Tenminste..dat gokken we bij het vele malen horen van “Sneijder”, “Van Persie” en “Robben” met een Chinees accent uitgesproken. Ze spreken geen Engels maar deze drie Nederlandse namen zijn er in gedrild! Toen de dag erna Duitsland ook nog eens won van Argentinië (en zelfs Gjalt niet voor de Zuid – Amerikanen was), was het weekend helemaal geslaagd.Het viel ons dit weekend steeds meer op hoe gaaf de Chinezen het WK vinden, ook al doen ze zelf niet mee en zal het nog wel jaren duren (als het überhaupt lukt) voordat dat verandert.

En toen gingen de wedstrijden naar prime time.. wat voor ons betekende dat de wedstrijden om 2.30u ’s nachts begonnen en daarmee het einde van ons bio- ritme. Om 2uur de wekker, eigenlijk geen zin hebben maar toch ons houten- planken- bedje uit, oranje shirt aan, vlaggetjes op de wangen (jaaa ook om 2.30u ’s nachts als niemand anders het ziet!) en op naar die tv in “the meeting room”. Hoewel het het waard was om NL tot aan de finale te zien komen, waren we ’s ochtends toch niet helemaal top fit. Misschien is het de leeftijd? We zullen eerlijk zeggen dat Jing Jing en Dan Dan niet de gezelligste therapie sessies in die weken hebben gehad.

En toen, de finale. Ga je die kijken, met z’n tweeën op een houten bank, in de meeting room, in Houma, in the middle of nowhere, dat wanneer we winnen, we nergens heen kunnen om het te vieren? Natuurlijk niet, dan stap je in de trein naar Xi’an om het daar te kijken! En dat hebben we geweten… Tijdens onze laatste trip naar Xi’an, samen met Ben, hadden we onszelf beloofd dat we de volgende keer toch voor hard sleepers zouden gaan omdat de toen 5u durende reis alles behalve gemakkelijk was o p hard Seats. Uiteraard waren bij het treinstation in Houma alle hard sleeper tickets op, we konden alleen nog hard Seats krijgen en de reis zou 7u duren i.p.v. 5u. Daarnaast vertrok de trein om 00.15u.. We troosten onszelf met de gedachte dat de trein om dat tijdstip vast niet vol zou zitten en we waarschijnlijk wel wat lege banken zouden vinden om toch onze ogen nog dicht te doen. We hadden er niet meer naast kunnen zitten… toen we op het perron stonden en de overvolle trein halt hield ging er van alles door ons heen, “zullen we maar niet gaan?” “we gaan wel terug, ja we gaan terug!”. Op de een of andere manier trok de gedachte om de finale op een groot scherm met andere Nederlanders te kunnen zien toch meer..en we belandden in de trein. Dit ging al niet zonder slag of stoot want de trein zat vol, héél erg vol. Zelfs de halletjes naar de wc en de uitgang zaten propvol met families, baby’s en veel te veel en te grote tassen. Toen we bij onze zitplaatsen aan kwamen zaten hier uiteraard al mensen. We waren echter niet van plan om 7uur staand te gaan slapen in het gangpad dus na ons kaartje te hebben laten zien gingen ze toch maar weg. In een coupé staan ongeveer 13 rijen met banken. Elke rij bestaat uit 3 plaatsen tegenover 3 plaatsen aan de ene kant en aan de andere kant 2 plaatsen tegenover 2 plaatsen. In de praktijk zitten er meestal 4 of 5 mensen waar er 3 plaatsen zijn en de banken staan zo dicht op elkaar dat je fijn de hele tijd met je benen tegen je overbuurman aanschuurt. Hoewel het 00.17u was het nog steeds erg warm buiten en in de trein nog warmer. De paar verroeste ventilatoren aan het plafond maakten dan ook weinig verschil. Positief puntje was dat de buurman van Gjalt bij het raam zat en deze open had gedaan wat voor wat frisse lucht zorgde. Negatief puntje was dat deze meneer in kwestie in ontbloot bovenlijf al zwetend tegen Gjalt zat aangeplakt.. Die frisse lucht was dus hard nodig! Ik zat aan het gangpad en de tientallen mensen die hier tegen elkaar aan stonden, hangen, hurken schroomden gelukkig ook niet om steeds met hun bezweten lijven tegen me aan te hangen.. heerlijk! We hebben de hele nacht pogingen gedaan om een goede houding te vinden waarop je wél comfortabel kunt slapen, al zittend op de keiharde bank. Backpack op schoot, voorover buigen (bijna dubbel liggen), nek in een onnatuurlijke houding en proberen te slapen..! Nog fijner was dat de mevrouw die in charge was om de coupé schoon te houden het nodig vond om dit om 4u ’s nachts te gaan doen. En dat gaat niet bepaald in de trant van “wilt u even aan de kant? Ik wil hier vegen”. Nee als een ware kampbeul begaf ze zich al schreeuwend, duwend en schoppend door de coupé en iedereen die haar pad kruiste moest vrezen voor zijn leven. Gelukkig stond het hele gangpad propvol met mensen en tassen dus je kunt je voorstellen hoe soepel dit proces ging. Gedurende de rest van de nacht kwam deze vriendelijke mevrouw nog een paar keer langs samen met de mevrouw met het karretje met versnaperingen dat überhaupt maar net door het gangpad past.. dit keer was het ECHT de laatste keer dat we op hard Seats naar Xi’an gingen.. Zondag ochtend vroeg kwamen we gebroken aan in Xi’an, hostel in en kei hard bij slapen, ten slotte zouden we weer midden in de nacht moeten opstaan voor de finale! Wat slaap deed ons en vooral onze stemming goed waardoor we vol goede moed in de heuse barstreet belandden waar we bij het 1e het beste terras met groot scherm neerstreken bij een grote groep Nederlanders. Ondanks dat bijna alle Chinezen op het terras voor Spanje waren hing er een gezellige sfeer. Des te jammer was de afloop van de avond..die we voor niemand hoeven uit te leggen. Ondanks dat we gehoopt hadden de overwinning in Xi’an te kunnen vieren was het een leuk (maar vermoeiend) kort uitstapje.
Dus of we het WK een beetje hebben mee gekregen hier in China? Ja zeker, maar wel op z’n Chinees!

Our Little Escape

Terwijl de zon zakt boven de stad staart Mao Zedong ons met een indringende blink aan.Het laatste avondlicht kleurt, als gevolg van een dikke laag smog, de hemel in duizend verschillende kleuren rood en paars. Mao’s geel getinte huid kleurt hierdoor nog verder op, hij lijkt content. Zijn rood, het rood van ‘de partij’, kleurt het huidige China nog even sterk als vijftig jaar geleden.

Het is woensdag 9 juni en wij staan op Tiananmen Square Beijing. Exact op deze plek vond in 1989 een van de bloedigste protesten van het hedendaagse China plaats. Duizenden Chinese studenten tornden met leuzen als ‘Hello Mr. Democracy’ aan de geloofwaardigheid van het communistische regime. Als reactie hierop stuurde ‘de partij’ tanks en gepantserde voertuigen om de opstand hardhandig de kop in te drukken. Honderden studenten lieten hierbij het leven en duizenden werden gevangen genomen of moesten vluchten naar het Westen. Als men tegenwoordig over dit plein loopt lijkt niets aan dit bloedige incident te herinneren. Geen herdenkingssteen, geen grotesk monument zelfs geen kleine subtiele verwijzing. Het lijkt alsof de Chinezen niet graag terugkijken op dit minder fraaie stukje geschiedenis. Daarentegen staat er wel een enorm mausoleum waar men dagelijks de laatste eer kan bewijzen aan de man die China heeft verenigd en groot heeft gebracht. Dat Mao, naar schatting, verantwoordelijk is voor de dood van 40 - 200 miljoen Chinezen lijken de miljoenen jaarlijkse bezoekers niet te deren. Wij kunnen de tegenstrijdigheid hiervan moeilijk bolwerken.

Gelukkig zijn wij niet naar Beijing gekomen om de Chinese nationale psyche te doorgronden. In plaats daarvan richten wij ons in Beijing op realistische zaken, namelijk de afwikkeling van onze ‘Midterm Training’.

De‘Midterm training’ is een training, die zoals het woord al doet vermoeden, plaats vindt in het midden van ons dienstverband, veel meer dan dat weten wij eigenlijk ook niet. Het doel en invulling van de training zijn ons niet bekend gemaakt en dus zijn wij zelf zo vrij geweest om de training vorm te geven. In ons programma is daarom geen oude stoffige professor (die ons alles komt vertellen over de Tang, Ming, Qing of andere dynastieën) opgenomen, in plaats daarvan focussen wij op het China en Beijing van nu.

Een bezoekje aan een traditionele Chinese woonwijk oftewel Hutong, met daarin een hippe backpackerstraat vol met barretjes, coffee bars en uitgaansgelegenheden past dan ook perfect in ons programma. Ook brengen wij een bezoekje aan de Nederlandse ambassade waar wij een gesprek hebben over de Chinese cultuur met al zijn mogelijk- en onmogelijkheden. Zowel Susanne als ik vonden dit een zeer interessant gesprek maar hadden toch gehoopt op meer dan slechts één ‘bakkie pleur’, …..het zal de crisis wel weer zijn. Ook doen we de delegatie van de Europese Unie aan waar wij te woord worden gestaan door een zeer vriendelijke Italiaanse.Helaas ook hier slechts één bakkie.

Ook bezoeken wij terloops de Forbidden City welke, zoals de naam al suggereert, daadwerkelijk een stad binnen een stad is. Als het niet de aanwezige historie is dan doet de omvang van het geheel je wel versteld staan (in ons geval was het dit laatste, we zijn een beetje ‘uit-getempeld’). Binnen dit complex bevinden zich tenminste 5 pleinen die per stuk minimaal driemaal zo groot zijn als het Museumplein in Amsterdam. Daarnaast zijn er nog velen kleinere pleinen, hordes tempels, altaars, ontvangstruimtes, paleistuinen, concubineverblijven, slaapverblijven enz. Ja, zelfs voor cultuurbarbaren zoals wij is dit een indrukwekkend geheel. Het is trouwens maar goed dat die vroegere keizers zo’n vooruitziende blik hadden anders zouden die miljoenen dagtoeristen er nu zeker niet in passen.

De ‘Great Wall of China’mag natuurlijk niet ontbreken wanneer men een bezoek brengt aan China. Zodoende begaven wij ons bij het eerste ochtendlicht ook richting ‘de muur’. De intentie was om van Jinshanling naar Simatai te lopen. Deze twee delen van de muur liggen een stuk verder buiten Beijing dan het toeristische Badaling. De rede voor deze gewaagde trip is de reputatie van dit stuk muur. De wandeling van 10 kilometer schijnt prachtig te zijn en men treft hier nauwelijks toeristen. Een bijkomend voordeel is dat men hier zowel authentieke als gerestaureerde delen van de muur treft. Echter, onze keuze om uitgebreid een Mc Ontbijt te nuttigen in combinatie met het gegeven dat wij de muur per openbaar vervoer wilde bereiken gooide roet in ons eten. Door tijdgebrek en stommiteit belandde wij te laat bij het verkeerde deel van de muur. De gehele wandeltoer hebben wij daarom niet kunnen voltooien maar het deel dat

wij wel hebben bewandeld was magisch. Het lopen op ‘de muur’die in zoveel boeken, films, foto’s en zelfs vanuit de ruimte is te aanschouwen geeft gewoon kriebels. Deze ervaring vraagt naar meer zodat, wanneer wij weer terug in Beijing zijn, de gehele wandeling zal worden afgelegd. Mao heeft immers gezegd “He who has not climbed the Great Wall is not a true man”… tja, wie wil nou geen echte man zijn?

Masculiniteit moet worden afgewisseld met femininiteit zodat Ying en Yang harmonieus met elkaar in evenwicht blijven. Zodoende belandde wij dan ook bij de Black Sasame Cooking School in een oude Hutong te Beijing alwaar wij een cursus Chinees koken kregen voorgeschoteld. Bewapend met een maagdelijk wit schort, snijplank, glaasje water en absurd gevaarlijk hakmes sneden wij wortels, tofu, shiitake paddestoelen, bamboe, koriander enz. in gelijke reepjes alsof het een meditatieve oefening was. Ying en Yang konden zich optimaal herstellen en als bonus konden wij een aantal heerlijk zelfgemaakte gerechten mee naar huis nemen.

Het vlakke Beijing leent zich uitstekend voor fietstochten waardoor wij ons ook in het hachelijke verkeer van Beijing hebben gewaagd. De eerste tocht bracht ons via verschillende Hutongs naar de rand van de stad alwaar het Olympisch Complex is gevestigd. Hier vindt men ‘The Bird’s Nest’, het Olympisch Stadion waar de spelen in 2008 werden geopend. Dit knap stukje verwrongen bouwkunst is een indrukwekkend fenomeen. Je ontkomt er niet aan dat de naweeën van het ‘Olympisch gevoel’ je bekruipen en dat je fantaseert hoe het moet zijn om ten overstaan van 90.000 toeschouwers het winnende doelpunt in de laatste minuut van de hockeyfinale te maken. Kippenvel!

Het eerste succes resulteerde erin dat we de fietsen gedurende de rest van ons verblijf in Beijing hebben aangehouden.

In Beijing ontmoeten wij de Engelse Ben weer. Ben heeft ons gedurende een maand verblijdt met zijn aanwezigheid en inzet in het weeshuis. Nadat hij twee weken is gaan rondreizen ontmoeten wij hem weer in het guesthouse waar wij verblijven. Ben heeft een passie voor eten en gezamenlijk verorberen wij dan ook een Beijing Specialiteit, namelijk Peking Eend. Eén schaal met dampende stukken eend, wraps en saus bleek de honger niet te stillen zodat een tweede eend voor ons het leven moest laten. Tja, het leven van een eend in Beijing is niet gemakkelijk.

Met Ben doen wij ook het zomerpaleis aan waar de keizerlijke families naar terugtrokken als het in downtown Beijing te heet voor ze werd. Dit gigantische complex heeft een nog gigantischer hand gegraven meer dat het Noord AA nietig doet lijken. Helaas zorgt de overdaad aan eerder bezochte tempels en aanwezige toeristen ervoor dat wij rustig rondslenteren maar niet echt optimaal genieten van al het moois om ons heen.

De enorme overdaad aan culturele prikkels spoelen wij weg met bezoekjes aan de bioscoop waar wij Westerse films bekijken. Ook brengen wij een bezoek aan ‘the Dutch Club’ te Beijing alwaar wij de eerste wedstrijd van het Nederlands elftal kijken. Onze witte huid en Nederlands voorkomen is hier echter niets speciaals tussen al die andere duizend Nederlanders die zich in Beijing op houden. Het gemis aan voorkeursbehandeling, welke wij gewend zijn te krijgen in ons Houma, maakt dat wij in de rust verkassen naar de tent van de opponent. In ‘The Den Mark’ zijn wij met een ander Nederlands stelletje de enige Nederlanders tussen hordes aangeschoten Denen. Desondanks voelt dit, na Houma, een stuk vertrouwder en ook het televisiebeeld is beter zodat wij besluiten om de wedstrijd hier af te kijken. Gedurende de tweedehelft van de wedstrijd groeit ons clubje uit met Canadezen die in Nederland voor TomTom hebben gewerkt en Australiërs die opzoek zijn naar studenten die in Australië willen studeren. Het biertempo neemt in evenredig tempo met de groepsgroei toe waardoor wij ons half zat per fiets naar huis peddelen.

De volgende dag bezoeken we een markt waar wij van plan zijn om ‘cultureel verantwoord’ te eten. Echter bij de aanblik van lamsballen op een spies krijgen mijn eigen familiejuwelen spontaan spijt dat ze zijn ingedaald en hoewel de verkoper “Houwtju houwtju (lekker lekker) ” schreeuwt, besluiten wij snel door te gaan naar het volgende kraampje. Hier staan echter gevilde slangen, levende zijdewormen, schorpioenen en nog meer krekelachtige ongein op het menu. Na veel van soortgelijke kraampjes bestellen wij uiteindelijk een soort loempia waarvan we de inhoud niet kunnen definiëren. We bidden dat we het binnen houden!

En dan ineens, terwijl ons hoofd nog rood nakleurt van de inspanningen van acht dagen Beijing, staan wij ineens weer op het perron om de nachttrein terug naar Houma te pakken. Terug naar het weeshuis, terug naar de plek waar wij worden beschouwd als witte wereldsterren, terug naar de plek waar je een dozijn supermarkten af moet struinen om iets lekkers te vinden, terug naar de plek waar wij met 21 wezen het toilet en douche delen, terug naar de plek waar het stof van kolenmijnen onze ogen zwart kleurt en terug naar de plek die wij inmiddels thuis noemen. Want, alhoewel het rood van Mao onze gedachten nog niet kleurt, beginnen wij wel steeds meer ontzag voor deze speciale plek en haar inwoners te ontwikkelen.

Zaijian, Gjalt & Susanne

Het dalletje voorbij

'Er zijn zo veel gebeurtenissen die ervoor zorgen dat ik soms kan huilen van woede en dan weer moet lachen om zoveel naïviteit en onbegrip. Alles lijkt een bron van verwarring en ik begin door te krijgen dat de taalbarrière daar lang niet altijd de oorzaak van is.'.... 'Enerzijds hebben Chinezen een groot minderwaardigheidscomplex, anderzijds beschikken zij over een extreme nationale trots. Ze vinden zichzelf klein en lelijk en adoreren alles wat westers is. Tegelijkertijd geven zij mij als buitenlander het gevoel dat ik immoreel, brutaal en onbeschaafd ben. Hoe moet ik omgaan met die tegenstrijdigheden?'
Doeltreffender kan ik het niet verwoorden, desondanks zijn dit niet mijn woorden maar die van de auteur Bettine Vriessekoop in haar boek ‘Bij de Chinees'.

We zijn inmiddels ruim over de helft van onze ‘servicetijd' en de oorspronkelijke euforie is verworden tot een schim uit het verleden. We zullen openkaart spelen, we worstelen! Maar wees gerust, dit is absoluut normaal en een zekere fase van het onvermijdelijke integratieproces! Het is namelijk zo, althans volgens de integratie-expert Geert Hofstede, dat elk integratieproces volgens een vaststaand patroon verloopt. Slechts de uitkomst is onzeker.

Het begint allemaal met de euforische fase. In deze fase is alles nieuw, interessant en spannend. De stortvloed van impulsen wordt wel geregistreerd maar nog niet verwerkt. Het is zoals de Japanners in Marken, die maken overal foto's van maar hebben geen flauw benul waarvan zij foto's maken. Dat hoeft immers ook niet, het ziet er mooi uit en dat is voldoende. Dit is absoluut de leukste fase, je bent een soort toerist die langs het leven glijdt en ,omdat het je eigen wereld niet is, kun je alle minder fraaie dingen simpel de rug toekeren. Heerlijk!

Helaas is deze fase eindig en het is onvermijdelijk dat je de nieuwe wereld om je heen wilt en zult moeten gaan begrijpen. Je begint je te realiseren dat je nieuwe wereld ook daadwerkelijk je thuis is. Geleidelijk verdwijnt de glimlach om de Chinees die elke ochtend op je stoep zit te poepen en begin je jezelf af te vragen waarom hij dit eigenlijk doet.

Helaas heb je in deze fase (vaak) te weinig inzichten of kennis van je nieuwe omgeving en cultuur om hierop zinnige antwoorden te geven. Het persoonlijke onvermogen om je nieuwe omgeving, naar eigen maatstaven, logisch te kunnen categoriseren resulteert erin dat je je gaat frustreren en irriteren. Ineens moet die op je stoep poepende Chinees stoppen met zijn vieze gewoonten, ongeacht wat hier de achterliggende reden voor is. Het is jouw stoep en jij vindt het een vieze gewoonte, dus hij moet weg!

Ja, wanneer de wereld om je heen niet begrijpt ga je ineens overdreven veel waarde hechten aan de gebruiken en gewoonten die in je oude omgeving van toepassing waren. Zo sta je, bij aanvang van het WK, ineens in vol oranje ornaat het Wilhelmus mee te zingen, smacht je openlijk naar haring en ben je opeens vreselijk trots op Hansje Brinkers. Gemakshalve vergeet je maar dat je je destijds vreselijk irriteerde aan die beklemmende, vastgeroeste en conformerende gewoontes en dat je daardoor juist zo graag weg wilde. Dat je de kloof, door ineens heel sterk te hangen aan je oude vertrouwde gewoontes, alleen maar vergroot weiger je in te zien of te erkennen. In deze cultuurschokfase zit je jezelf vreselijk in de weg en kan je nauwelijks genieten van je nieuwe omgeving. Absoluut niet heerlijk!

Nadat je in de cultuurschokfase vreselijk hard je best hebt gedaan om je nieuwe omgeving te transformeren in iets acceptabels zul je in de acculturatiefase moeten bekennen dat al je opwinding, behalve frustratie, weinig heeft opgeleverd. Dit is dan ook de fase waarin je omrolt, op je rug gaat liggen en je overgeeft. Je nieuwe omgeving, met al zijn stompzinnige gebruiken en gewoontes, is je de baas geworden! Je hebt de kracht niet meer om je te verzetten en dus schik je maar in je eigen lot.

Aangezien je de kracht niet meer hebt om je op te winden of te frustreren over dingen die je niet aanstaan begin je met het verleggen van je focus op zaken waar je wel voldoening uit haalt. Aanvankelijk kunnen dit een zeer beperkt aantal zaken zijn maar het (minimale) genoegen dat je hieruit haalt blijkt te kunnen groeien en zelfs over te kunnen slaan op andere zaken. Beetje bij beetje begin je de omgeving om je heen te begrijpen en daardoor ook beter te waarderen. Dingen waaraan je in de cultuurschokfase enorm kon ergeren lijken ineens minder relevant of worden zelfs plezant. Langzaam aan kruip je uit je eigen gecreëerde dal van ongenoegens en begin je weer te genieten van de wereld om je heen.

Uiteindelijk zal in de evenwichtsfase blijken welke mate van waarderen je hebt kunnen opbrengen voor je nieuwe leefomgeving. Er zijn drie uitkomsten;

  1. Hoewel je niet meer zo kritisch als voorheen tegenover je nieuwe leefomgeving staat beschouw je de oude leefomgeving nog steeds als prettiger of beter.
  2. Je waardeert je nieuwe leefomgeving evenzeer als je oude leefomgeving. In dit geval ben je bicultureel geworden.
  3. Je beschouwt je nieuwe omgeving als prettiger of beter dan je oude leefomgeving. Je hangt sterkt aan de lokale gebruiken en bent in wezen roomser dan de paus.

Op het moment van schrijven zitten wij aan het begin van de acculturatiefase. We zijn net uit een diep dal gekropen en likken nog de wonden die wij in de cultuurschokfase hebben opgelopen. Gelukkig hebben Susanne en ik deze ‘achtbaan' even snel doorlopen waardoor wij ons nu gezamenlijk kunnen opmaken voor de eindsprint. China en zijn gebruiken zijn een pittige kluif en staat op zeer veel fronten haaks op de Hollandse opvattingen en gebruiken, we weten daarom niet of wij een A of B gaan worden. Wel weten wij dat C hem waarschijnlijk niet gaat worden maar we blijven openstaan voor alle verassingen die China ons te bieden heeft.

Hoewel we gepokt en gemazzeld zijn door deze ervaring, is het wel enorm leerzaam gebleken. Het dal is achter ons wat betekent dat het vanaf nu alleen maar mooier zal worden. We kijken er naar uit!